Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
Find NVKC on YouTubeFind NVKC on FacebookFind NVKC on Twitter

Zoek een test

Pregnancy associated plasmaprotein A

Terug Terug naar het overzicht

Ook wel bekend als:
test op Downsyndroom (trisomie 21), Patau syndroom (trisomie 13) en/of Edwardssyndroom (trisomie 18), eerste trimestertest, PAPP-A
Officiële naam:
Pregnancy associated plasmaprotein A
Verwante testen:
prenatale screening

In vogelvlucht

Waarom deze test?

Om een schatting te maken van de kans op de aanwezigheid van het syndroom van Down, Pauta en/of Edwards bij de foetus. De test is onderdeel van een uitgebreider onderzoek.

Welk materiaal?

Bloed

Monster

Wat wordt getest?

De test bepaalt de hoeveelheid Pregnancy Associated Placental Protein A (PAPP-A) in het bloed van de zwangere vrouw. PAPP-A is een eiwit dat door de placenta wordt aangemaakt en is geassocieerd met het syndroom van Down, Patau en/of Edwards. Het resultaat van de PAPP-A test wordt niet op zichzelf gebruikt maar is een onderdeel van het uitgebreide onderzoek bij zwangeren dat wordt uitgevoerd om de kans op het syndroom van Down, Patau en/of Edwards in te schatten.

Hoe wordt het materiaal verkregen?

Een buisje bloed wordt afgenomen uit een ader aan de binnenkant van de arm, meestal in de plooi van de elleboog. Om deze ader goed te kunnen zien en voelen wordt een stuwbandje strak om de bovenarm getrokken. In de ader wordt geprikt met een holle naald waardoor het bloed in het buisje wordt gezogen. De naald wordt maar één keer gebruikt en daarna vernietigd.

De test

Wanneer wordt deze test gedaan?

Op verzoek van de zwangere tijdens het 1e trimester van de zwangerschap. Het is geen verplicht onderzoek, maar wordt uitgevoerd als de zwangere het wil. De leeftijd van de vrouw is vaak een reden om het onderzoek aan te vragen. Het onderzoek naar de kans op een kind met het syndroom van Down, Patau en Edwards vindt plaats tussen de 9de en 13de week. Het bloed kan het best in de 9de of 10de week worden afgenomen en de echo voor de nekplooimeting wordt 1,5 tot 2 weken later uitgevoerd.

Behalve PAPP-A wordt in het bloed van de zwangere vrouw de hoeveelheid vrij βHCG bepaald (de vrije bèta-subunit van humaan choriongonadotropine). Naast het bloedonderzoek wordt gekeken naar de omstandigheden van de foetus, zoals grootte en de breedte van de nekplooi die beide op basis van een echo worden bepaald. Verder worden leeftijd, levensstijl en duur van de zwangerschap in het onderzoek betrokken. Met behulp van alle resultaten wordt de kans op het syndroom van Down, Patau en/of Edwards berekend. Indien gewenst kan vervolgens zekerheid worden verkregen met een vruchtwaterpunctie of vlokkentest.

Wat betekent de uitslag?

De test is een onderdeel van het uitgebreide onderzoek dat een zwangere kan ondergaan om de kans op het syndroom van Down in te schatten.

Omdat voor de kansberekening ook alle andere onderzoeken nodig zijn, zegt de uitslag van de PAPP-A test op zich niet zoveel. In het algemeen geldt dat lage PAPP-A waarden kunnen passen bij een verhoogde kans op syndroom van Down, Patau en/of Edwards.

Nog vragen?

De informatie over deze test komt van deskundigen uit het ziekenhuislaboratorium. Daar worden dagelijks vele honderden testen uitgevoerd. Laboratoriumspecialisten zorgen er voor dat dit op een veilige en juiste manier gebeurt. Zij adviseren de dokter bij afwijkende uitslagen en ingewikkelde problemen.

Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog een vraag? Stel deze aan een klinisch chemicus.

© 2018 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde, laatst bijgewerkt 01-11-2014

Terug Terug naar het overzicht