Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
Find NVKC on YouTubeFind NVKC on FacebookFind NVKC on Twitter

Zoek een test

TmP

Terug Terug naar het overzicht

Ook wel bekend als:
Tubulaire terugresorptiemaximum voor fosfaat, TmP/GFR
Officiële naam:
TmP
Verwante testen:
eGFR, calcium, kreatinine, PTH

In vogelvlucht

Waarom deze test?

Om de calciumfosfaathuishouding in de nieren te onderzoeken.

Welk materiaal?

Bloed en urine

Monster

Wat wordt getest?

De test bepaalt hoeveel fosfaat de nieren opnieuw opnemen (heropname, terugresorptie) uit de voorurine. Dit heet ook wel het tubulaire terugresorptiemaximum voor fosfaat (TmP). Als onvoldoende fosfaat wordt geresorbeerd, vindt overmatige uitscheiding van fosfaat plaats in de urine met als gevolg een te lage fosfaatspiegel in het bloed. Omdat fosfaat nodig is voor de groei van de botten leidt fosfaattekort tot botafwijkingen.

De TmP is afhankelijk van de nierfunctie en wordt dan ook gerelateerd aan de GFR, glomerular filtration rate ofwel glomerulaire filtratiesnelheid (TmP/GFR). GFR is het totale volume van voorurine dat in een gedefinieerde tijdseenheid gefilterd wordt door alle glomeruli van beide nieren. Bij mensen met een normale bloeddruk is dat ongeveer 0,12 liter per minuut ofwel ca. 170 liter per dag.

TmP is een zogenaamde functieproef. Niet ieder ziekenhuis voert deze test op dezelfde manier uit. Over het algemeen moet men 12 uur nuchter blijven. Bij het begin van het onderzoek plast de patiënt en vervolgens drinkt hij 400ml water. Na 1 uur vindt bloedafname plaats voor bloedonderzoek en na 2 uur wordt geplast waarna de urine wordt onderzocht.

Hoe wordt het materiaal verkregen?

De test is een zogenaamde functieproef. Niet ieder ziekenhuis voert deze op dezelfde manier uit. Over het algemeen moet men 12 uur nuchter blijven. Bij het begin van het onderzoek plast de patient en drinkt vervolgens 400ml water. Na 1 uur vindt bloed onderzoek plaats en na 2 uur wordt geplast en wordt de urine onderzocht.

Bloed

Een buisje bloed wordt afgenomen uit een ader aan de binnenkant van de arm, meestal in de plooi van de elleboog. Om deze ader goed te kunnen zien en voelen wordt een stuwbandje strak om de bovenarm getrokken. In de ader wordt geprikt met een holle naald waardoor het bloed in het buisje wordt gezogen. De naald wordt maar één keer gebruikt en daarna vernietigd.UrineBij het plassen wordt het eerste beetje urine uitgeplast in de wc en vervolgens wordt de urine opgevangen in een schoon potje. Als het potje is gevuld kan de rest gewoon weer in de wc.

De test

Wanneer wordt deze test gedaan?

De test wordt nauwelijks meer gebruikt. Om verstoringen in de calciumfosfaathuishouding te onderzoeken worden tegenwoordig modernere tests gebruikt zoals PTH (parathormoon) of vitamine D. Deze bepalingen geven een goed inzicht in de oorzaken van een verstoorde calciumfosfaathuishouding.

De dokter kan een onderzoek naar de calciumfosfaathuishouding aanvragen om:

  • het effect van een fosfaatbehandeling te volgen;
  • het intracellulaire vullingsniveau te bepalen;
  • de diagnose van X-gebonden hypofosfatemische rachitis met hypercalciurie vast te stellen. Bij deze erfelijke aandoening verweken de botten (rachitis) doordat het bloed een te lage fosfaatspiegel heeft (hypofosfatemisch), onvoldoende vitamine D bevat en er te veel calcium in de urine wordt uitgescheiden (hypercalciurie).

Wat betekent de uitslag?

Normaal

Bij een GFR hoger dan 60 mL/min is de TmP 0,80-1,35 mmol per liter. Bij kinderen ongeveer 25% hoger.

Verhoogd

De heropname van fosfaat uit de voorurine is verhoogd bij

  • hypofosfatemie (te lage bloedfosfaatspiegel) als gevolg van rachitis; rachitis is een botaandoening die ontstaat door een tekort aan vitamine D en calcium. De ziekte komt speciaal voor bij kinderen in de prille jeugd;
  • anorexia nervosa en boulimia nervosa;
  • excessief gebruik van fosfaatbinders bijvoorbeeld voor behandeling van het 'hungry bone' syndroom en gedurende snelle neoplastische proliferatie (ontwikkeling kwaadaardig lymfoom).
Verlaagd

De heropname van fosfaat uit de voorurine is verlaagd bij

  • verhoogde fosfaatopname uit de darm door overdosis vitamine D en bij sarcoïdose;
  • toegenomen fosfaatafgifte van cellen bij rhabdomyolyse (degeneratie van dwarsgetreepte spierweefsel), door transfusiehemolyse en het tumorlysis-syndroom;
  • verminderde terugresorptie van fosfaat als gevolg van renale tubulaire acidose type II (bij een verhoogde uitscheiding van zuur);
  • tubulopathie door nierstenen.
Sterk verlaagd

De heropname van fosfaat uit de voorurine is sterk verlaagd bij primaire hyperparathyroïdie (te hard werkende bijschildklieren).

Nog vragen?

De informatie over deze test komt van deskundigen uit het ziekenhuislaboratorium. Daar worden dagelijks vele honderden testen uitgevoerd. Laboratoriumspecialisten zorgen er voor dat dit op een veilige en juiste manier gebeurt. Zij adviseren de dokter bij afwijkende uitslagen en ingewikkelde problemen.

Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog een vraag? Stel deze aan een klinisch chemicus.

© 2018 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde, laatst bijgewerkt 06-07-2011

Terug Terug naar het overzicht