Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
Find NVKC on YouTubeFind NVKC on FacebookFind NVKC on Twitter

Zoek een test

Liquor cerebrospinalis onderzoek

Terug Terug naar het overzicht

Ook wel bekend als:
LCS onderzoek, analyse van ruggemergsvocht, liquoronderzoek, cerebrospinal fluid (CSF, Engels)
Officiële naam:
Liquor cerebrospinalis onderzoek
Verwante testen:
glucose, totaal eiwit, lactaat, eiwitelektroforese

In vogelvlucht

Waarom deze test?

De analyse van liquor cerebrospinalis (LCS), ofwel hersenvocht of ruggenmergvocht, kan helpen bij het stellen van de diagnose van een groot aantal ziekten en aandoeningen van het centrale zenuwstelsel. Deze zijn onder te verdelen in een viertal verschillende groepen: infectieziekten, autoimmuunziekten, bloeding in de hersenen en tumoren.

Welk materiaal?

Liquor cerebrospinalis (LCS), soms in combinatie met bloed

Monster

Wat wordt getest?

De test bepaalt de hoeveelheid van een specifieke stof in het hersenvocht. Welke stoffen worden gemeten is afhankelijk van de vermoedelijke aandoening. Voor sommige onderzoeken is behalve hersenvocht ook serum of plasma nodig om de verhouding van de stof in hersenvocht en bloed te bepalen. Hersenvocht (liquor cerebropsinalis, LCS, is de Latijnse naam) is een heldere waterige vloeistof die wordt gevormd en uitgescheiden door de plexus chorioïdeus, een speciaal weefsel in de hersenen dat rijk voorzien is van bloedvaten en die de bekleding vormt van de verschillende hersenholtes (ventrikels).

Het hersenvocht stroomt niet alleen door de hersenholtes, maar via nauwe kanaaltjes ook in de hersenen en het ruggenmerg. In feite drijven de hersenen in deze vloeistof. Het totale volume bedraagt bij een volwassene ongeveer 160-170 ml. Per dag wordt ongeveer 500 ml hersenvloeistof aangemaakt, zodat het totale volume ongeveer viermaal per dag wordt ververst.Een beschermende bloed-hersenbarrière scheidt de hersenen van het bloed en regelt de verdeling van stoffen tussen bloed en hersenen. Het zorgt ervoor dat grote moleculen, toxische stoffen (dus ook veel geneesmiddelen) en de meeste bloedcellen buiten de hersenen blijven.

Aan de hand van de aanwezigheid van stoffen die niet in hersenvocht thuishoren, kunnen aandoeningen worden opgespoord die gepaard gaan met beschadiging van de bloed-hersenbarrière. Omdat de hersenvloeistof in en om de hersenen en het ruggenmerg stroomt, kan deze vloeistof veel informatie geven over de verschillende aandoeningen van het centrale zenuwstelsel. Hersenvocht is weliswaar moeilijker te verkrijgen dan bloed of urine, maar het geeft directere informatie over het centraal zenuwstelsel.Infecties in de hersenvliezen (meningitis) of in de hersenen zelf (encefalitis) kunnen de bloed-hersenbarrière beschadigen waardoor witte en rode bloedcellen in het hersenvocht verschijnen.

Ook kunnen de ontstekingen leiden tot de vorming van antistoffen in het hersenvocht. Bij aantasting van het centrale zenuwstelsel door deze antistoffen kunnen immunologische aandoeningen ontstaan zoals het syndroom van Guillain-Barré en multipele sclerose. Bij uitzaaiingen (metastasen) van leukemie zijn in het hersenvocht vaak abnormale hoeveelheden en vormen van witte bloedcellen aantoonbaar.

LCS onderzoek toont veranderingen aan in de samenstelling van het hersenvocht. De basale analyse bestaat uit:

  • bepaling kleur, helderheid en vloeistofdruk bij de verzameling van hersenvocht
  • bepaling totaal eiwitgehalte
  • bepaling hoeveel glucose
  • bepaling aantal en type bloedcellen
  • microbiologisch onderzoek bij vermoeden van infectie

Afhankelijk van de resultaten van deze basistests worden vervolgonderzoeken uitgevoerd, toegespitst op de klachten en de symptomen van de patiënt.

Hoe wordt het materiaal verkregen?

Liquor cerebrospinalis (LCS) wordt meestal verkregen door een ruggenprik (lumbaalpunctie). Hierbij wordt de patiënt op zijn zij gelegd en wordt een tussen de lendenwervels L3 en L4 of tussen L4 en L5 een naald ingebracht. Op deze hoogte in de rug bevinden zich alleen nog zenuwuitlopers die als het ware drijven in het hersenvocht. Er bestaat dus geen kans op beschadiging van het ruggenmerg zelf. Voor de punctie wordt de huid verdoofd; de punctie zelf is gevoelloos. Indien veel vocht wordt afgenomen kan tijdelijk hoofdpijn optreden als gevolg van de daling van de liquordruk. De hoofdpijn verdwijnt meestal wanneer na aanmaak van nieuwe LCS de druk weer normaliseert.

De test

Wanneer wordt deze test gedaan?

LCS onderzoek wordt aangevraagd wanneer de dokter vermoedt dat een patiënt lijdt aan een aandoening of ziekte van het centraal zenuwstelsel. Het kan gaan om:

  • Infectieziekten in het centrale zenuwstelsel, zoals meningitis en encefalitis. Hierbij is het onderzoek gericht op het vaststellen van de veroorzaker (bacterie, virus of schimmel) van de infectie.
  • Bloeding (hemorragie) in de hersenen of in/tussen de hersenvliezen. Hierbij wordt onderzocht of het hersenvocht hemoglobine en/of bilirubine bevat.
  • Autoimmuunziekten waarbij het hersenvocht wordt onderzocht op de aanwezigheid van antistoffen die het centrale zenuwstelsel aantasten. Deze autoantistoffen ontstaan als gevolg van een ongewenste immunologische respons en kunnen leiden tot autoimmuunziekten in het centrale zenuwstelsel zoals het Guillain-Barré syndroom, neurosarcoïdose of multipele sclerose (MS).
  • Kanker waarbij het kan gaan om primaire hersentumoren of om uitzaaiingen (metastasen) in de hersenen van tumoren elders in het lichaam

Welke onderzoeken worden uitgevoerd, hangt van de klachten van de patiënt en de symptomen. Deze kunnen zeer gevarieerd zijn, maar bij verschillende ziekten of aandoeningen hetzelfde zijn.

  • veranderingen in mentale status en bewustheidverwarring, hallucinaties of insultenspierzwakte, traagheid of (ernstige) vermoeidheid;
  • misselijkheid en griepachtige verschijnselen die in uren tot dagen in ernst toenemen;
  • koorts of uitslag;
  • plotselinge, ernstige en blijvende hoofdpijn al dan niet met nekstijfheid;
  • gevoeligheid voor licht (ogen;
  • gevoelloosheid of trillingen (tremor);
  • duizeligheid;
  • moeilijkheden met spreken;
  • moeilijkheden met lopen, gebrek aan coördinatie;
  • wisselende stemmingen, depressie;
  • bij kinderen geagiteerd gedrag, huilen bij vasthouden, lichaamsstijfheid, voedselweigering en een bolle fontanel

Bij een acute aandoening, zoals een hersenbloeding of een infectie, ontstaan de symptomen plotseling, terwijl ze zich juist langzaam ontwikkelen bij chronische ziekten zoals tumormetastasen en multipele sclerose.

Wat betekent de uitslag?

Normaal

Hersenvocht /ruggenmergvocht is kleurloos en bevat in normale toestand nauwelijks of geen bloedcellen; de concentratie van totaal eiwit is ongeveer een factor 200 lager dan in het bloed.

Afwijkingen

Infectie: wit en/of troebel hersenvocht is een aanwijzing voor een infectie. Ook een verhoogde liquordruk bij de afname van hersenvocht kan wijzen op een infectie.

Multipele sclerose: aanwezigheid van bepaalde typen antistoffen (immunoglobuline G, IgG) is een aanwijzing voor multipele sclerose. De aanmaak van IgG in hersenvocht noemt men de intrathecale synthese van IgG. De hoeveelheid IgG in hersenvocht wordt vergeleken met de hoeveelheid IgG in plasma. Met behulp van de zogeheten Reiber curve kan worden vastgesteld of de hoeveelheid IgG in hersenvocht meer is dan verwacht of niet. Verder worden uiteraard ook de algemene symptomen en klachten die passen bij multipele sclerose mede beoordeeld.

Hersenbloeding: de aanwezigheid van hemoglobine en/of bilirubinen (het afbraakproduct van hemoglobine) kan wijzen op een hersenbloeding. Bij verdenking op een hersenbloeding wordt allereerst een CT-scan en/of een MRI gemaakt. Bij kleine bloedingen biedt dit afbeeldend onderzoek soms geen duidelijkheid, terwijl er wel sprake kan zijn van een waarschuwingsbloeding waarop mogelijk een grotere hersenbloeding volgt. Bepaling van de hoeveelheid hemoglobine en/of bilirubine biedt aanvullende informatie. Hemoglobine in LCS duidt op vers bloed waarbij nog geen afbraak tot bilirubine heeft plaatsgevonden.

Een zeer kleine hoeveelheid hemoglobine kan echter ook veroorzaakt worden door een kleine bloeding van een bloedvat dat bij de lumbaanpunctie per ongeluk is aangeprikt. Dit is niet altijd te voorkomen. Voor het aantonen van bilirubine moet ongeveer 24 uur zijn verstreken tussen de klachten en het onderzoek. Deze tijd is nodig voor de afbraak van rode bloedcellen in de LCS, waarbij hemoglobine wordt afgebroken tot bilirubine. Er is altijd een heel kleine hoeveelheid bilirubine aanwezig als gevolg van ‘lekkage' vanuit het bloed. Indien er meer bilirubine in LCS aanwezig is, is er sprake van een 'bilirubine excess' (=bilirubine-overschot).

Tumor: een primaire tumor wordt vastgesteld met behulp van beeldtechnieken. De aanwezigheid van abnormale eiwitten of bloedcellen zijn kenmerkend voor uitzaaiing in de hersenen van tumoren elders in het lichaam.

Nog vragen?

De informatie over deze test komt van deskundigen uit het ziekenhuislaboratorium. Daar worden dagelijks vele honderden testen uitgevoerd. Laboratoriumspecialisten zorgen er voor dat dit op een veilige en juiste manier gebeurt. Zij adviseren de dokter bij afwijkende uitslagen en ingewikkelde problemen.

Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog een vraag? Stel deze aan een klinisch chemicus.

© 2018 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde, laatst bijgewerkt 06-07-2011

Terug Terug naar het overzicht