Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
Find NVKC on YouTubeFind NVKC on FacebookFind NVKC on Twitter

Zoek een test

Cryoglobulinen

Terug Terug naar het overzicht

Ook wel bekend als:
Officiële naam:
Cryoglobulinen
Verwante testen:

In vogelvlucht

Waarom deze test?

De bepaling van cryglobuline is een test om na te gaan of een gevoeligheid van de extremiteiten (handen en voeten) voor koude, veroorzaakt wordt door het neerslaan van bepaalde soorten antistoffen in het bloed.

Welk materiaal?

Bloed

Monster

Wat wordt getest?

De test bepaalt of in buisjes met bloedserum die in het laboratorium bewaard worden bij 4°C een neerslag ontstaat en of deze neerslag weer oplost bij 37°C.

Cryoglobulinen zijn immunoglobulinen, Het is dus eigenlijk een afweerstof (antistof) van het immuunsysteem. Kenmerkend voor deze antistoffen is dat ze bij lichaamstemperatuur in het bloed zijn opgelost, maar bij lagere temperaturen neerslaan. Vandaar het voorvoegsel cryo, wat ‘koud' betekent. Cryoglobulinen kunnen worden gevormd bij een verstoorde productie van de afweercellen (bijvoorbeeld de ziekte van Kahler, de ziekte van Waldenström of leukemie), bij langdurige infecties (bijvoorbeeld hepatitis C of HIV) en bij sommige autoimmuunziekten (bijvoorbeeld SLE, de ziekte van Sjörgen).

Vorming van cryoglobulinen wordt cryoglobulemie genoemd. Na afzetting van cryoglobulinen op de wand van bloedvaten kunnen ontstekingen ontstaan (vasculitis). Deze ontstekingen trekken witte bloedcellen (leukocyten) aan en veroorzaken een cascade van achtereenvolgende immuunreacties. Er ontstaan ook vaak kleine bloedstolsels, die tot een vernauwing of zelfs tot een verstopping van de bloedvaten kunnen leiden. Door de aangetaste bloedvaten raakt de bloedtoevoer naar organen verstoord waardoor weefselschade ontstaat in de betrokken organen. In dat stadium worden karakteristieke ziekteverschijnselen voor een vasculitis merkbaar. De eerste symptomen van cryoglobulemie doen zich meestal voor op de huid, waarschijnlijk omdat die het meest aan kou is blootgesteld.

Hoe wordt het materiaal verkregen?

Een buisje bloed wordt afgenomen uit een ader aan de binnenkant van de arm, meestal in de plooi van de elleboog. Om deze ader goed te kunnen zien en voelen wordt een stuwbandje strak om de bovenarm getrokken. In de ader wordt geprikt met een holle naald waardoor het bloed in het buisje wordt gezogen. De naald wordt maar één keer gebruikt en daarna vernietigd.

Voor het aantonen van cryoglobulinen is het essentieel om bloed af te nemen in een voorverwarmde (37°C - 40ºC) glazen buis. Het bloed moet daarna gedurende minimaal een uur bij 37ºC stollen, voordat het verwarmd wordt afgedraaid. Indien dit niet gebeurt kunnen eventueel aanwezige cryoglobulinen neerslaan in het bloedstolsel en dus gemist worden in het overblijvende serum.

De test

Wanneer wordt deze test gedaan?

De dokter vraagt de test aan bij vermoeden van vasculitis. Deze aandoening gaat in het begin gepaard met onduidelijke ziekteverschijnselen als lamlendigheid, lichte verhoging en reumatische pijn in de gewrichten. Patiënten zijn gemiddeld rond de vijftig jaar oud als ze de ziekte krijgen. In een later stadium kunnen ontstoken bloedvaten in de huid leiden tot kleine bloedingen die zichtbaar zijn in de vorm van rode huidvlekjes vooral op voeten en benen. Als cryoglobulinemie gepaard gaat met klinische verschijnselen/klachten spreekt men van een cryoglobulinesyndroom.

Net als in de huidbloedvaten kunnen cryoglobulinen ook in de nierbloedvaten ontstekingen veroorzaken, waardoor de nieren niet goed functioneren. Daarom wordt bij afwijkende laboratoriumtests in nieronderzoek ook vaak een cryoglobulinen bepaling aangevraagd. Ofschoon huid en nieren de organen zijn die verreweg het meest frequent zijn aangedaan, kunnen cryoglobulinen ook andere organen beschadigen.

Wat betekent de uitslag?

Normaal zijn er geen cryoglobulinen in het serum aantoonbaar. Wanneer wel cryglobulinen worden aangetoond is het belangrijk het type vast te stellen: type I, type II of type III. Het type cryglobuline kan een verklaring geven van een aantal klachten. Type II en III worden ook wel de 'mixed' cryoglobulinemieën genoemd en komen het meest voor.

  • Type I cryoglobulinen zijn zeldzaam en bestaan uit monoklonale antistoffen (immunoglobulinen) meestal van het type IgG of IgM, zelden IgA. Ze slaan bij de test relatief snel (minuten/uren) en bij relatief hoge temperatuur neer. Bij een onzorgvuldige monsterafname kan type I gemakkelijk gemist worden. De aanwezigheid van type I cryoglobulinen gaat gepaard met duidelijke klinische klachten zoals het Raynaud fenomeen. Ze komen vaak voor bij patiënten met hematologische bloedkanker, bijvoorbeeld het multiple myeloma, of de ziekte van Waldenström.
  • Type II cryoglobulinen bestaan uit een mengsel van monoklonaal en polyklonaal immunoglobulinen. Ze slaan bij de test relatief langzaam (uren/dagen) neer. De aanwezigheid van type II cryoglobuline gaat gepaard met ontstekingen van de kleine tot middelkleine bloedvaten op verschillende plaatsen in het hele lichaam. De ontstekingen worden veroorzaakt door neergeslagen immuuncomplexen in of tegen de vaatwand. Type II cryoglobulemie is vaak het gevolg van chronische virale infecties, in het bijzonder hepatitis C en HIV.
  • Type III cryoglobulinen bestaan uit een mengsel van verschillende polyklonale immunoglobulinen (IgG en IgM). Ze slaan bij de test zeer langzaam (dagen/week) neer. De aanwezigheid van type III cryoglobulinen gaat gepaard met vage, onduidelijke klinische klachten en ze worden vaak gevonden bij bindweefselziekten zoals SLE, Sjögren syndroom en andere systemische autoimmuunziekten.

Nog vragen?

De informatie over deze test komt van deskundigen uit het ziekenhuislaboratorium. Daar worden dagelijks vele honderden testen uitgevoerd. Laboratoriumspecialisten zorgen er voor dat dit op een veilige en juiste manier gebeurt. Zij adviseren de dokter bij afwijkende uitslagen en ingewikkelde problemen.

Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog een vraag? Stel deze aan een klinisch chemicus.

© 2018 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde, laatst bijgewerkt 06-07-2011

Terug Terug naar het overzicht