Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
Find NVKC on YouTubeFind NVKC on FacebookFind NVKC on Twitter

Zoek een test

Apolipoproteïnen

Terug Terug naar het overzicht

Ook wel bekend als:
apolipoproteïne-A, apolipoproteïne-B(100), Apo-A, Apo-B, apolipoproteïne-E genotype, Apo-E
Officiële naam:
Apolipoproteïne
Verwante testen:
cholesterol

In vogelvlucht

Waarom deze test?

Als aanvullende informatie op het vet of lipidenspectrum: triglyceriden, LDL-cholesterol en HDL-cholesterol in die gevallen waar dit lipidenspectrum onvoldoende informatie geeft.

Welk materiaal?

Bloed

Monster

Wat wordt getest?

De test bepaalt drie verschillende apolipoproteïnen: Apo-A, Apo-B en Apo-E. De hoeveelheden Apo-A en Apo-B worden bepaald in serum (plasma); Apo-E wordt bepaald met behulp van DNA uit witte bloedcellen.Vetten of lipiden (triglyceriden, cholesterol en cholesterolesters) worden door het bloed getransporteerd in de vorm van lipoproteïnen, die zijn samengesteld uit lipiden (vetten) en proteïnen (eiwitten). Apolipoproteïnen zijn de specifieke transporteiwitten die met de vetten samen de lipoproteïnen vormen. Ze worden aangemaakt in de darm (waar vetten uit de voeding worden opgenomen) en in de lever (waar vetten worden aangemaakt en verwerkt). Apolipoproteïnen vormen als het ware een ‘wateroplosbaar jasje' rondom de vetten, die van zichzelf niet mengen met water, zodat de vetten in bloed oplosbaar zijn en getransporteerd kunnen worden. Ook spelen de apolipoproteïnen een belangrijke rol bij de vertering van de vetten. Enzymen die triglyceriden afbreken worden geactiveerd door lipoproteïnen.

Apolipoproteïne-B(100) zit vooral op cholesterolrijke lipoproteïnedeeltjes met een lage dichtheid: (V)LDL-cholesterol, ook wel ‘slecht cholesterol' genoemd. Apolipoproteïne-A zit vooral op cholesterolarme lipoproteïnedeeltjes met een hoge dichtheid: HDL-cholesterol, ook wel ‘goed cholesterol' genoemd. Apolipoproteïne E is een belangrijk eiwit voor de vetstofwisseling in het lichaam.

Hoe wordt het materiaal verkregen?

Een buisje bloed wordt afgenomen uit een ader aan de binnenkant van de arm, meestal in de plooi van de elleboog. Om deze ader goed te kunnen zien en voelen wordt een stuwbandje strak om de bovenarm getrokken. In de ader wordt geprikt met een holle naald waardoor het bloed in het buisje wordt gezogen. De naald wordt maar één keer gebruikt en daarna vernietigd.

De test

Wanneer wordt deze test gedaan?

Als het lipidenspectrum (triglyceriden, LDL-cholesterol en HDL-cholesterol) onvoldoende informatie geeft kan de dokter een aanvullend onderzoek naar apolipoproteïnen aanvragen. Apo-A en Apo-B hebben grotendeels dezelfde diagnostische waarde als LDL-cholesterol en HDL-cholesterol. Mogelijk zijn Apo-A en Apo-B iets betere voorspellers voor de kans op hart- en vaatziekten, omdat ze iets meer zeggen over het aantal (V)LDL en HDL deeltjes. In de praktijk worden echter meestal HDL-cholesterol en LDL-cholesterol bepalingen uitgevoerd, die tegenwoordig vrijwel in alle laboratoria beschikbaar zijn voor routinematig gebruik. Apo-A en Apo-B bepalingen zijn specialistische metingen die alleen in bepaalde complexe gevallen meerwaarde hebben.

Apo-E wordt bepaald bij vermoeden van type III dyslipidemie (patiënten met zeer sterke verhoogde bloedwaarden voor cholesterol en triglyceriden) en bij patiënten met verdenking op de ziekte van Alzheimer (vetten zijn erg belangrijk voor de hersenfunctie).

Wat betekent de uitslag?

Apo-A en Apo-B

Verhoogd Apo-B en verlaagd Apo-A betekent (net als verhoogd LDL-cholesterol en verlaagd HDL-cholesterol) een verhoogd risico op hart- en vaatziekten.

Apo-E

Het DNA wordt onderzocht op specifieke genafwijkingen. Een afwijkend Apo-E (E2/E2) genotype is een verklaring voor een zogenaamd type III dyslipidemie. Een bepaald Apo-E (E4/E4) genotype geeft verhoogde kans op de ziekte van Alzheimer.

Nog vragen?

De informatie over deze test komt van deskundigen uit het ziekenhuislaboratorium. Daar worden dagelijks vele honderden testen uitgevoerd. Laboratoriumspecialisten zorgen er voor dat dit op een veilige en juiste manier gebeurt. Zij adviseren de dokter bij afwijkende uitslagen en ingewikkelde problemen.

Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog een vraag? Stel deze aan een klinisch chemicus.

© 2018 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde, laatst bijgewerkt 06-07-2011

Terug Terug naar het overzicht