Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
Find NVKC on YouTubeFind NVKC on FacebookFind NVKC on Twitter

Zoek een test

Lyme

Terug Terug naar het overzicht

Ook wel bekend als:
Borrelia Burgdorferi, ziekte van Lyme, tekenbeetziekte, Lyme-borreliose
Officiële naam:
borreliose
Verwante testen:

In vogelvlucht

Waarom deze test?

De test wordt gedaan om te zien of iemand besmet is met de Borreliabacterie die de ziekte van Lyme kan veroorzaken.

Welk materiaal?

Bloed, soms ruggenmergvloeistof (liquor cerebrospinalis)

Monster

Wat wordt getest?

De test bepaalt de aanwezigheid van antistoffen die het lichaam maakt in geval van een infectie met de Borrelia Burgdorferi. Veel teken zijn besmet met deze Borrelia bacterie en via een tekenbeet (Ixodes ricinus) kan de bacterie worden overdragen op de mens.

De meeste teken voeden zich bij voorkeur niet op mensen, maar op herten, muizen, eekhoorns, en vogels. De larven en nimfen parasiteren vaak op kleine zoogdieren, en de volwassen teken vaak op grotere zoogdieren. Als een mens toevallig op het juiste moment langskomt, kan deze ook worden gezien als een geschikte gastheer. Hierbij kan een besmette teek de bacterie overdragen. Bij de mens kan een infectie met Borrelia Burgdorferi leiden tot de ziekte van Lyme. Deze aandoening is goed te behandelen met antibiotica, mits de infectie tijdig wordt ontdekt.

Direct na de infectie maakt het lichaam IgM-antistoffen aan om de bacterie onschadelijk te maken en te verwijderen. Na een langere blootstelling aan de bacterie of herhaalde infectie worden ook IgG-antistoffen gemaakt en verdwijnen langzaam de IgM-antistoffen. Op deze manier kan onderscheid worden gemaakt tussen een recente infectie (IgM-antistoffen) en een al langer bestaande infectie (IgG-antistoffen).

De antistoffen zijn pas drie tot zes weken na een tekenbeet aantoonbaar. Het is dus mogelijk dat iemand niet meer weet, of niet eens heeft gemerkt dat hij/zij door een teek gebeten is.

Hoe wordt het materiaal verkregen?

Een buisje bloed wordt afgenomen uit een ader aan de binnenkant van de arm, meestal in de plooi van de elleboog. Om deze ader goed te kunnen zien en voelen wordt een stuwbandje strak om de bovenarm getrokken. In de ader wordt geprikt met een holle naald waardoor het bloed in het buisje wordt gezogen. De naald wordt maar één keer gebruikt en daarna vernietigd.

De test

Wanneer wordt deze test gedaan?

De test wordt gedaan wanneer iemand klachten en verschijnselen krijgt die kunnen passen bij de ziekte van Lyme. De klachten kunnen zijn:

  • hoofdpijn
  • een roodheid op de plaats van de tekenbeet, die zich na ± 14 dagen ringvorming uitbreidt waarbij het centrum weer normaal lijkt (erythema migrans)
  • griepachtige klachten
  • moeheid
  • sufheid
  • spier- en gewrichtspijn
  • onverklaarde zenuw- en/of hartklachten
  • gezwollen lymfeklieren
  • stijve nek
  • ontstoken ogen

De klachten kunnen overigens weer verdwijnen. Dit betekent niet dat er geen infectie (meer) is.

De ziekte kan uiteindelijk een chronisch beloop krijgen waarbij er ontstekingen kunnen optreden van het hart, gewrichten en/of het centraal zenuwstelsel (hersenen, hersenvliesontsteking).

Wat betekent de uitslag?

Normaal:

Als er geen sprake is (geweest) van een infectie met Borrelia Burgdorferie zijn er geen antistoffen aanwezig in het bloed.

Negatief:

Een negatieve testuitslag betekent dat er geen antistoffen tegen Borrelia Burgdorferie zijn gemeten. Het is echter mogelijk dat de hoeveelheid antistoffen nog te laag is om te detecteren. De test kan minimaal acht weken na de tekenbeet worden herhaald. Ook wordt de test opnieuw uitgevoerd als klachten optreden die passen bij de ziekte van Lyme. Als de klachten meer dan acht weken bestaan en er zijn geen IgG-antistoffen tegen Borrelia aangetroffen, dan is de diagnose ‘ziekte van Lyme' onwaarschijnlijk.

Positief:

Een positief test resultaat is geen bewijs voor de ziekte van Lyme. Ook de klachten moeten passen bij de ziekte en daarnaast volgt op een positieve Lyme test altijd een bevestigingstest waarbij specifiek het DNA van de Borrelia bacterie wordt aangetoond. Een positieve DNA test is wel zeer suggestief voor de ziekte van Lyme.

Bij aanwezigheid van IgM-antistoffen tegen Borrelia is er sprake van een recente infectie. De aanwezigheid van alleen IgG antistoffen past bij een niet-recente infectie.

Nog vragen?

De informatie over deze test komt van deskundigen uit het ziekenhuislaboratorium. Daar worden dagelijks vele honderden testen uitgevoerd. Laboratoriumspecialisten zorgen er voor dat dit op een veilige en juiste manier gebeurt. Zij adviseren de dokter bij afwijkende uitslagen en ingewikkelde problemen.

Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog een vraag? Stel deze aan een klinisch chemicus.

© 2018 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde, laatst bijgewerkt 17-10-2010

Terug Terug naar het overzicht