Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
Find NVKC on YouTubeFind NVKC on FacebookFind NVKC on Twitter

Zoek een test

HIV-antistoffen

Terug Terug naar het overzicht

Ook wel bekend als:
AIDS-test, AIDS-screening, HIV-screening, HIV-serologie, Human Immunodefiency Virus, HIV-1, HIV-2
Officiële naam:
humaan immunodeficiëntie virus
Verwante testen:

In vogelvlucht

Waarom deze test?

Om infectie met het HIV-virus aan te tonen.

Welk materiaal?

Bloed

Monster

Wat wordt getest?

De test meet de aanwezigheid van antistoffen tegen het HIV-virus. Het HIV-virus is de veroorzaker van het ziektebeeld AIDS.

Het HIV-virus infecteert belangrijke cellen (CD4-positieve T-lymfocyten) in het immuunsysteem waardoor het lichaam geen effectieve verdediging meer heeft tegen allerlei micro-organismen. Kenmerkend voor AIDS zijn opeenvolgende infecties met bacteriën, virussen en schimmels, maar ook het ontstaan van kwaadaardige tumoren als gevolg van een ernstig verminderde weerstand.

Er zijn twee varianten van het HIV-virus bekend. Het eerst ontdekte virus (HIV-1) is het meest agressief. In 1985 werd in het Westelijk deel van Afrika een variant op het HIV-1 ontdekt, HIV-2 genaamd. Het HIV-2 is minder agressief dan HIV-1, het beloop is goedaardiger en trager. Mensen die geïnfecteerd zijn met HIV-2 hebben gemiddeld een langere levensverwachting dan mensen die met HIV-1 geïnfecteerd zijn. Bij bloedonderzoek wordt getest op antistoffen tegen beide HIV-typen.

Een vroegtijdige ontdekking en behandeling van een HIV-infectie verbetert de prognose. Bij een tijdige en goede behandeling kan bij patiënten die met het HIV-virus besmet zijn het ontstaan van de ziekte AIDS voor langere tijd uitgesteld worden. Vooral mensen met een risicovolle seksuele levensstijl moeten hun HIV-status kennen, zodat zij hun gedrag kunnen aanpassen om besmettingsrisico voor zichzelf en anderen te voorkomen.

Wanneer direct bij mogelijk bloed-bloed contact met besmet bloed een voorzorgsbehandeling wordt gegeven, kan het risico op besmetting sterk verminderd worden.

Hoe wordt het materiaal verkregen?

Een buisje bloed wordt afgenomen uit een ader aan de binnenkant van de arm, meestal in de plooi van de elleboog. Om deze ader goed te kunnen zien en voelen wordt een stuwbandje strak om de bovenarm getrokken. In de ader wordt geprikt met een holle naald waardoor het bloed in het buisje wordt gezogen. De naald wordt maar één keer gebruikt en daarna vernietigd.

De test

Wanneer wordt deze test gedaan?

De test kan het beste worden gedaan één tot drie maanden na een mogelijk contact met het virus. Het duurt na de besmetting meestal twee tot vier weken voordat de HIV antistoffen aantoonbaar zijn. In sommige gevallen kan het wel tot drie maanden duren voordat er antistoffen gevonden worden. De fase tussen de besmetting en het aantonen van de antistoffen in het bloed wordt de 'window fase' genoemd. Gedurende deze window fase kan een patiënt extra besmettelijk zijn voor anderen personen! De virale lading is in de periode 3-4 dagen na infectie tot enkele weken na seroconversie zeer dikwijls zeer sterk verhoogd. Deze kan dan gemakkelijk het tien- tot honderd-voudige zijn van de virale lading NA het setpoint (6 - 9 maanden na seroconversie).

Een test wordt aanbevolen bij:

  • seksuele activiteit met meerdere partners zonder condoombescherming
  • seksueel contact met een (potentieel) HIV positieve partner
  • gebruik van (vuile) naalden bij injectie van drugs
  • directe blootstelling aan bloed (bijv. als werker in de gezondheidszorg)

Wat betekent de uitslag?

Negatief:

Een negatieve testuitslag betekent dat (nog) geen antistoffen gevonden zijn tegen het HIV-virus. Bij een negatieve testuitslag moet men er op bedacht zijn dat antistoffen tegen HIV kunnen worden gevormd tot drie maanden na een mogelijk risicovol contact. Blijf maatregelen nemen om eventuele besmetting van anderen te voorkomen. Bij een test 3 maanden na een mogelijk risicovol contact betekent een negatieve uitslag dat iemand niet met het HIV-virus besmet is.

Positief:

Een positieve test betekent dat er antistoffen tegen HIV zijn gevonden. De test moet altijd worden bevestigd met een tweede test. Bij een positieve bevestigingstest is het voor de patiënt van groot belang dat hij/zij wordt begeleid door een medisch specialist, gespecialiseerd in AIDS-behandeling.

Bij zogenaamde thuistesten wordt geen bevestigingstest gedaan. Het gevaar bestaat dat de uitslag fout-positief of fout-negatief is. Laat daarom een HIV-test altijd bij een deskundig medisch laboratorium uitvoeren of bezoek een (drempelvrije) SOA-polikliniek.

Nog vragen?

De informatie over deze test komt van deskundigen uit het ziekenhuislaboratorium. Daar worden dagelijks vele honderden testen uitgevoerd. Laboratoriumspecialisten zorgen er voor dat dit op een veilige en juiste manier gebeurt. Zij adviseren de dokter bij afwijkende uitslagen en ingewikkelde problemen.

Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog een vraag? Stel deze aan een klinisch chemicus.

© 2018 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde, laatst bijgewerkt 15-10-2012

Terug Terug naar het overzicht