Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
Find NVKC on YouTubeFind NVKC on FacebookFind NVKC on Twitter

Zoek een test

Metanefrines

Terug Terug naar het overzicht

Ook wel bekend als:
metanefrines, normetanefrines, vrije metanefrines
Officiële naam:
metanefrines
Verwante testen:
catecholamines, VMA

In vogelvlucht

Waarom deze test?

Om een zogeheten feochromocytoom of een ander type neuro-endocriene tumor op te sporen.

Welk materiaal?

Bloed of urine

Monster

Wat wordt getest?

De test bepaalt de hoeveelheid metanefrines in bloed (plasma) of urine. Metanefrines worden gevormd bij de afbraak van (nor)adrenaline. Het lichaam produceert in het zenuwstelsel en in de bijnier een groep hormonen: de catecholamines. De bekendste zijn adrenaline en noradrenaline, of in het Grieks: epinefrine en nor-epinefrine. Dopamine hoort daar ook bij.

Adrenaline, noradrenaline en dopamine worden geproduceerd bij stress en inspanningen en worden ook wel stresshormonen genoemd. Ze sturen systemen aan in het lichaam die de inspanningen mogelijk moeten maken als reactie op "stress". Na afloop wordt adrenaline voor een groot deel omgezet in metanefrines en vanille amandelzuur (in het engels afgekort tot VMA) en in de urine uitgescheiden.

Wanneer er tumoren aanwezig zijn, die hun oorsprong hebben in hormoonproducerende zenuwcellen (neuro-endocrine tumoren) zoals feochromocytoom, worden er veel meer stresshormonen geproduceerd dan normaal. Deze hormonen veroorzaken de klachten die passen bij stress en inspanning zoals hoge bloeddruk. Uit de hoeveelheid metanefrines en/of catecholamines in de urine kan worden afgeleid of er daadwerkelijk tumoren aanwezig zijn. De verhoogde catecholamines en metanefrines kunnen ook in bloed worden aangetoond maar meestal wordt de test in urine uitgevoerd.

De meeste feochromocytomen zitten in de bijnieren. Ze zijn over het algemeen niet kwaadaardig maar veroorzaken wel hoge bloeddruk die zeer schadelijk kan zijn. Het feochromocytoom komt overigens niet veel voor.

Hoe wordt het materiaal verkregen?

Bloed: een buisje bloed wordt afgenomen uit een ader aan de binnenkant van de arm, meestal in de plooi van de elleboog. Om deze ader goed te kunnen zien en voelen wordt een stuwbandje strak om de bovenarm getrokken. In de ader wordt geprikt met een holle naald waardoor het bloed in het buisje wordt gezogen. De naald wordt maar één keer gebruikt en daarna vernietigd.

24-uursurine: Na het opstaan, moet de blaas eerst helemaal leeg worden geplast. Vanaf dat moment wordt alle urine 24 uur lang verzameld in een speciale fles, ook ‘s nachts. Na 24 uur moet ook de laatste urine worden opgevangen. Begin- en eindtijd moeten worden genoteerd. Daarna wordt de fles afgeleverd bij het laboratorium. De fles moet steeds in de koelkast worden bewaard. Soms wordt er een portie urine (kort na optreden van klachten zoals hoge bloeddruk) getest op metnefrines en/of catecholamines.

Afhankelijk van de soort test die in het laboratorium wordt gebuikt, mag de patiënt tijdens de urineverzameling sommige producten niet gebruiken omdat ze afvalstoffen in de urine leveren die de meting kunnen storen. Bekend zijn bananen en vanille, maar er zijn er nog veel meer. Ook zijn er medicijnen die de uitslag kunnen beïnvloeden. En het is ook zaak dat de patiënt zich in de verzamelperiode rustig houdt, opwinding en inspanning vermijdt.

De test

Wanneer wordt deze test gedaan?

De arts zal de test aanvragen bij klinische verschijnselen van hoge bloeddruk zoals zware hoofdpijn, een snelle hartslag en zweten. Deze symptomen passen bij hoge productie van stresshormonen en dat kan weer het gevolg zijn van een feochromocytoom (tumor die vooral voorkomt in de bijnieren).

Met behulp van de test kan de aanwezigheid van een tumor worden uitgesloten. Voor het definitief aantonen van een feochromocytoom is aanvullend onderzoek nodig.

Wat betekent de uitslag?

Omdat gemeten waarden afhankelijk zijn van geslacht, leeftijd en gebruikte methode kunnen hier geen referentiewaarden (normaalwaarden) worden gegeven. Ieder laboratorium zal daarom zijn eigen referentiewaarden hanteren voor deze test. In vergelijking met gezonde personen met normale bloeddruk wordt 4x de bovengrens als afwijkend gehanteerd, in vergelijking met mensen met hoge bloeddruk wordt 2x de bovengrens als afwijkend aangehouden.

Normaal:

Als de gemeten hoeveelheid metanefrines in het bloed of de urine normaal is, is er zeer waarschijnlijk geen sprake van een feochromocytoom.

Verhoogd:

Bij het vinden van een verhoogde hoeveelheid metanefrines (en/of catecholamines) moet men bedacht zijn op een fout-positieve uitslag. Immers veel externe omstandigheden (zoals bepaalde voedingsmiddelen, stress, inspanning) kunnen leiden tot verhoogde hoeveelheid metanefrines in de urine. Een sterke verhoogde waarde kan wijzen op de aanwezigheid van de tumor feochromocytoom in de bijnieren. Verder onderzoek, bijvoorbeeld een scan of een MRI, moet de aanwezigheid van een tumor bevestigen. De arts zal echter heel goed nagaan of er geen andere omstandigheden bij de patiënt zijn die een hoge uitkomst kunnen verklaren.

Nog vragen?

De informatie over deze test komt van deskundigen uit het ziekenhuislaboratorium. Daar worden dagelijks vele honderden testen uitgevoerd. Laboratoriumspecialisten zorgen er voor dat dit op een veilige en juiste manier gebeurt. Zij adviseren de dokter bij afwijkende uitslagen en ingewikkelde problemen.

Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog een vraag? Stel deze aan een klinisch chemicus.

© 2018 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde, laatst bijgewerkt 01-11-2014

Terug Terug naar het overzicht