Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
Find NVKC on YouTubeFind NVKC on FacebookFind NVKC on Twitter

Zoek een test

TSH

Terug Terug naar het overzicht

Ook wel bekend als:
Thyreotropine, thyroïd stimulerend hormoon
Officiële naam:
TSH
Verwante testen:
T4 en FT4, T3, thyreoglobuline, schildklier autoantistoffen

In vogelvlucht

Waarom deze test?

Om een schildklierziekte op te sporen of om het effect van een behandeling van een schildklierziekte te volgen.

Welk materiaal?

Bloed

Monster

Wat wordt getest?

De test meet de hoeveelheid thyroïd stimulerend hormoon (TSH) in het bloed. TSH wordt gemaakt in de hypofyse, een belangrijke hormoonproducerende klier in de hersenen. TSH zorgt ervoor dat steeds de juiste hoeveelheid schildklierhormoon (T4 en T3) wordt aangemaakt. Schildklierhormoon regelt het gebruik van energie in het lichaam; het heeft een soort thermostaatfunctie.

Wanneer er te weinig schildklierhormoon gemaakt wordt, krijgt de hypofyse het signaal om TSH te maken, dat vervolgens de schildklier stimuleert tot productie van schildklierhormoon. Omgekeerd, wanneer er te veel schildklierhormoon in het bloed aanwezig zijn, zal de hypofyse het signaal krijgen om minder TSH te maken, en gaat de schildklier vervolgens minder hormoon maken.

De meeste afwijkingen van de schildklier hebben tot gevolg dat er te weinig of juist te veel schildklierhormoon gemaakt wordt. Dat leidt tot vele lichamelijke symptomen. Bij een overactieve schildklier zijn dat o.a.: een snelle hartslag, gewichtsverlies, nervositeit, trillende handen, geïrriteerde ogen, slaapproblemen en een gejaagd gevoel. Bij vrouwen kan er ook een onregelmatige menstruatiecyclus ontstaan. Bij een tekort aan schildklierhormonen heeft de patiënt last van gewichtstoename, droge huid, obstipatie, het snel koud hebben, vermoeidheid en bij vrouwen zware menstruatiebloedingen.

Hoe wordt het materiaal verkregen?

Bloed uit een ader: een buisje bloed wordt afgenomen uit een ader aan de binnenkant van de arm, meestal in de plooi van de elleboog. Om deze ader goed te kunnen zien en voelen wordt een stuwbandje strak om de bovenarm getrokken. In de ader wordt geprikt met een holle naald waardoor het bloed in het buisje wordt gezogen. De naald wordt maar één keer gebruikt en daarna vernietigd.

De test

Wanneer wordt deze test gedaan?

TSH wordt aangevraagd om de schildklierfunctie te onderzoeken of wanneer er verschijnselen zijn van een te snel of te traag werkende schildklier. Het wordt vaak aangevraagd in combinatie met een bepaling van het schildklierhormonen T4, tegenwoordig fT4.

TSH wordt bepaald om:

  • een schildklierafwijking te diagnosticeren bij een persoon met klachten die wijzen op een niet goed functionerende schildklier
  • de behandeling van een schildklierafwijking te volgen en eventueel de dosering van schildklierhormoon (L-thyroxine) aan te passen
  • de oorzaak van onvruchtbaarheid bij vrouwen te onderzoeken
  • het functioneren van de hypofyse te onderzoeken

Wat betekent de uitslag?

Een standaard referentiewaarde voor TSH is moeilijk te geven omdat er veel verschillen zijn tussen individuen en tussen de meetmethoden. Elk laboratorium heeft dus zijn eigen referentiewaarden in gebruik. De meeste laboratoria hanteren voor de TSH referentiewaarden van 0,4 - 4,0 mE/L, dit betekent dat een uitslag welke zich tussen deze grenzen bevindt als normaal wordt gezien. De uitslag van de TSH test moet echter in samenhang met de fT4 test worden beoordeeld (zie onder).

Verhoogd:

Een verhoogde TSH, dus hoger dan 4,0 mE/L, betekent meestal dat de schildklier te weinig schildklierhormoon maakt (‘trage schildklier' oftewel hypothyreoïdie). De hypofyse krijgt meestal wel het signaal om meer TSH te maken, en dat gebeurt, maar vervolgens is de schildklier niet goed in staat om te reageren op TSH en extra schildklierhormonen aan te maken. In zeldzame gevallen komt het voor dat de hypofyse niet goed functioneert en daardoor te veel TSH maakt. Bij een patiënt die behandeld wordt met synthetisch schildklierhormoon betekent een hoge TSH dat de patiënt te weinig schildklier hormoon krijgt.

Verlaagd:

Een lage TSH, dus een uitslag lager dan 0,4 mE/L, betekent meestal een overactieve schildklier (oftewel hyperthyreoïdie) of een patiënt die te veel schildklierhormoon toegediend krijgt. Zeldzaam is een afwijking van de hypofyse waarbij er te weinig TSH gemaakt wordt. Wanneer het TSH te hoog of te laag is, betekent dit dat de afgifte van schildklierhormoon niet goed is. Om daar de precieze oorzaak van te achterhalen, is verder onderzoek nodig. Een onderdeel van dit onderzoek bestaat uit het meten van de schildklierhormoon (meestal betreft dit alleen het vrije T4).

Interpretatie van afwijkende schildklierhormoonwaarden
TSHfT4Interpretatie
Hoog Normaal Milde (subklinische) hypothyreoïdie
Hoog Laag Hypothyreoïdie
Laag Normaal Milde (subklinische) hyperthyreoïdie
Laag Hoog of normaal Hyperthyreoïdie
Licht verhoogd, normaal of laag Laag Zeldzaam, hypofysaire (secundaire) hypothyreoïdie

Nog vragen?

De informatie over deze test komt van deskundigen uit het ziekenhuislaboratorium. Daar worden dagelijks vele honderden testen uitgevoerd. Laboratoriumspecialisten zorgen er voor dat dit op een veilige en juiste manier gebeurt. Zij adviseren de dokter bij afwijkende uitslagen en ingewikkelde problemen.

Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog een vraag? Stel deze aan een klinisch chemicus.

© 2018 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde, laatst bijgewerkt 17-10-2010

Terug Terug naar het overzicht