Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
Find NVKC on YouTubeFind NVKC on FacebookFind NVKC on Twitter

Zoek een test

Troponine

Terug Terug naar het overzicht

Ook wel bekend als:
TnI, TnT
Officiële naam:
troponine
Verwante testen:
CK, CK-MB, myoglobine, ASAT

In vogelvlucht

Waarom deze test?

Deze test wordt gebruikt om vast te stellen of de patiënt schade aan de hartspiercellen heeft gehad.

Welk materiaal?

Bloed

Monster

Wat wordt getest?

De test meet de hoeveelheid troponine in bloed. Troponine is een eiwit dat aanwezig is in het hart en dat er voor zorgt dat de hartspier kan samentrekken. Tijdens een hartinfarct komt troponine vrij en dit is binnen 3 tot 4 uur in de bloedbaan meetbaar. Troponine blijft langer (tot 2 weken) in de bloedbaan dan andere stoffen die bij een hartinfarct vrijkomen zoals CK, CK-MB en myoglobine. Deze stoffen worden ook vaak gemeten bij verdenking op een hartinfarct. Er kunnen twee verschillende vormen van troponine gemeten worden: troponine I (TnI) en troponine T (TnT).

Hoe wordt het materiaal verkregen?

Bloedmonster:

Een buisje bloed wordt afgenomen uit een ader aan de binnenkant van de arm, meestal in de plooi van de elleboog. Om deze ader goed te kunnen zien en voelen wordt een stuwbandje strak om de bovenarm getrokken. In de ader wordt geprikt met een holle naald waardoor het bloed in het buisje wordt gezogen. De naald wordt maar één keer gebruikt en daarna vernietigd.

Vingerprik:

Met een scherp naaldje wordt een gaatje geprikt in de top van een van de vingers. Daar komt dan een druppel bloed uit die wordt opgevangen op een strip of in een buisje. Als er te weinig bloed uit komt, wordt er op de vinger geduwd om het eruit te drukken. Hoe warmer de handen zijn, hoe makkelijker het gaat. Het naaldje wordt maar een keer gebruikt en daarna vernietigd.

De test

Wanneer wordt deze test gedaan?

Bij klachten van pijn op de borst kan de arts een troponine-test laten uitvoeren om te zien of de patiënt mogelijk een hartinfarct heeft gehad. Pijn op de borst kan het gevolg zijn van een hartinfarct of hartproblemen, maar het kan ook veel andere oorzaken hebben, zoals een maagaandoening of een gekneusde spier. Bij een hartinfarct krijgt het hart onvoldoende zuurstof. Veel oorzaken, waaronder trombose of vergiftigingen, kunnen leiden tot onherstelbare schade aan hartspiercellen. Het gevolg is dat deze hartspiercellen afsterven waarbij stoffen uit deze cellen, zoals troponine, myoglobine en CK vrijkomen in het bloed. Soms is de pijn op de borst alleen aanwezig bij inspanning. Meestal wordt dit veroorzaakt door een (gedeeltelijke) afsluiting van een bloedvat. Deze pijn stopt bij rust en er is dan vaak sprake van een hartaandoening die angina pectoris wordt genoemd. Soms wordt een klein stolsel in het bloedvat gevormd, waardoor de patiënt ook pijn op de borst heeft in rust of ná inspanning. Als het stolsel weer oplost, verdwijnt de pijn meestal. Deze hartaandoening wordt 'instabiele angina pectoris' genoemd. Hierbij kan troponine in het bloed terecht komen.

Wat betekent de uitslag?

Er bestaan twee vormen van troponine: troponine I en troponine T. Voor elk van beide vormen zijn tests beschikbaar. Een laboratorium beschikt meestal over één van beide tests. Als het hart en hartweefsel gezond zijn, is de hoeveelheid troponine in bloed zeer laag. De normale hoeveelheid troponine in het bloed is afhankelijk van de test die het laboratorium gebruikt. Een veel gebruikte normale waarde voor troponine is < 0,10 μg/L (troponine I) of < 0,01 μg/L (troponine T). De hoeveelheid troponine wordt niet beïnvloed door schade aan skeletspieren zoals door injecties in spieren, ongevallen, intensieve sportbeoefening of sommige geneesmiddelen.

Verhoogd:

Als de hartschade is veroorzaakt door een hartinfarct blijft troponine gedurende 1 tot 2 weken verhoogd. Laboratoria en artsen gebruiken verschillende troponine afkapwaarden voor troponine. Vaak zal het troponine bij een hartinfarct groter zijn dan 0,10 μg/L (troponine I) of groter dan 0,01 μg/L (troponine T). Een kleine verhoging kan duiden op instabiele angina pectoris. Uit studies blijkt dat mensen met instabiele angina pectoris en een verhoogde hoeveelheid troponine in het bloed, maar met een normaal CK, CK-MB en myoglobine, een verhoogd risico hebben op een hartinfarct of andere ernstige hartproblemen.

Nog vragen?

De informatie over deze test komt van deskundigen uit het ziekenhuislaboratorium. Daar worden dagelijks vele honderden testen uitgevoerd. Laboratoriumspecialisten zorgen er voor dat dit op een veilige en juiste manier gebeurt. Zij adviseren de dokter bij afwijkende uitslagen en ingewikkelde problemen.

Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog een vraag? Stel deze aan een klinisch chemicus.

© 2018 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde, laatst bijgewerkt 17-10-2010

Terug Terug naar het overzicht