Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
Find NVKC on YouTubeFind NVKC on FacebookFind NVKC on Twitter

Zoek een test

Sediment urine

Terug Terug naar het overzicht

Ook wel bekend als:
urinesediment
Officiële naam:
sediment urine
Verwante testen:
urineanalyse

In vogelvlucht

Waarom deze test?

Om klachten die wijzen op nierziekten en urineweginfecties te onderzoeken.

Welk materiaal?

Urine

Monster

Wat wordt getest?

De test bepaalt het sediment (niet opgeloste elementen) in de urine met de hulp van een microscoop. De niet opgeloste elementen worden via centrifugatie (versnelde sedimentatie) geconcentreerd.

Normaal gesproken bevat urine nauwelijks sediment. Er wordt met name gekeken naar rode en/of witte bloedcellen die bij ontsteking of beschadiging van de nieren, blaas of urineleiders in de urine aantoonbaar zijn. Als de ontsteking of beschadiging hoog in de urinewegen (met name de nieren zelf) optreedt zijn de rode en witte bloedcellen vaak afwijkend van vorm en zitten soms in een geleiachtig afgietsel van de niertubuli, de zogenaamde celcylinders. Bij ontsteking of schade aan blaas of urineleiders is dat niet het geval.

Bacteriën of schimmels worden meestal ook vermeld maar dienen bevestigd te worden middels gericht microbiologisch onderzoek in een vers, steriel afgenomen urinemonster.

Zoutkristallen komen frequent voor in urine en zijn meestal geen teken van ziekte maar kunnen het gevolg zijn van voeding en/of weinig vochtinname (geconcentreerde urine). Uitkristalliseren kan ook gewoon een gevolg zijn van het afkoelen van de urine. Sommige kristallen kunnen een teken zijn van een storing in de stofwisseling, maar daar zijn tegenwoordig betere methoden voor om dat op te sporen.

Aan een urinesediment gaat meestal een "screenend" onderzoek met een urinestrip (of dipstick) test vooraf. Er wordt gecontroleerd op aanwezigheid van witte en rode bloedcellen en meestal ook nitriet (door sommige bacterieen geproduceerd) en eiwit (albumine). Pas als een van deze striptesten positief is wordt er een sediment bekeken. Glucose (bij suikerziekte) en bilirubine/urobiline (galkleurstoffen, b.v. bij leverziekte) kan ook met een striptest worden aangetoond in urine, maar is van beperkte waarde omdat daar inmiddels betere (gevoeligere en specifiekere) testen (in bloed) voor zijn.

Een toenemend aantal laboratoria gebruikt ook flowcytemeters om urine te onderzoeken of de aanwezigheid en vorm van cellen, cilinders en bacteriën. Deze techniek is veel nauwkeuriger in het meten van aantallen cellen per volume, dan de ouderwetse microscoop (cellen per gezichtsveld).

Hoe wordt het materiaal verkregen?

Een beetje urine (plas) wordt opgevangen in een schoon potje. De voorkeur gaat uit naar een portie 2e ochtendurine na reinigen van de penis of vagina met water (geen zeep). Het beste monster wordt verkregen door eerst een beetje uit te plassen in de wc en dan wat op te vangen in het potje. De rest van de plas kan gewoon weer in de wc. Binnen twee uur moet het potje naar het laboratorium worden gebracht. Anders in de koelkast bewaren.

De test

Wanneer wordt deze test gedaan?

De dokter vraagt een sediment urine aan bij klachten die wijzen op nierziekten en urineweginfecties. De klachten bij deze aandoeningen zijn divers, bijvoorbeeld koorts, buikpijn, rugpijn, vaak plassen, pijn bij het plassen, bloed in de urine, troebele urine.

Wat betekent de uitslag?

Rode bloedcellen zijn een indicatie voor beschadiging van de nier, blaas of urinewegen. Bij schade aan de nier zijn de cellen vaak afwijkend van vorm en in een afgietsel van de niertubuli geplakt (celcylinders). In de urine is dan ook eiwit (voornamelijk albumine) aantoonbaar met de stripanalyse.

Witte bloedcellen (leukocyten) zijn een indicatie voor ontsteking van de nieren, blaas of urinewegen. Bij ontsteking van de nier zijn de cellen vaak aan elkaar geplakt (celcylinders). In de urine is dan vaak ook eiwit en nitriet aantoonbaar met de stripanalyse, soms ook rode bloedcellen.

Kristallen zijn meestal geen aanwijzing voor ziekte, enkele zeldzame gevallen uitgezonderd. Voor deze stofwisselingsziekten zijn betere testen beschikbaar.

Glucose (suiker) of bilirubine/urobiline (galkleurstoffen) kunnen met een stripanalyse worden aangetoond maar daar zijn betere testen voor.

Nog vragen?

De informatie over deze test komt van deskundigen uit het ziekenhuislaboratorium. Daar worden dagelijks vele honderden testen uitgevoerd. Laboratoriumspecialisten zorgen er voor dat dit op een veilige en juiste manier gebeurt. Zij adviseren de dokter bij afwijkende uitslagen en ingewikkelde problemen.

Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog een vraag? Stel deze aan een klinisch chemicus.

© 2018 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde, laatst bijgewerkt 17-10-2010

Terug Terug naar het overzicht