Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
Find NVKC on YouTubeFind NVKC on FacebookFind NVKC on Twitter

Zoek een test

PSA

Terug Terug naar het overzicht

Ook wel bekend als:
totaal PSA, vrij PSA
Officiële naam:
prostaat specifiek antigeen
Verwante testen:

In vogelvlucht

Waarom deze test?

De test wordt gedaan om te zien of er mogelijk sprake is van prostaatkanker en of het nodig is een stukje prostaatweefsel nader te onderzoeken (biopsie), maar ook om het effect van een behandeling te volgen, of in het geval de hele prostaat is verwijderd, te meten of er elders nog prostaatweefsel als uitzaaiing aanwezig is.

Welk materiaal?

Bloed

Monster

Wat wordt getest?

De test meet de hoeveelheid Prostaat Specifiek Antigeen (PSA) in het bloed. Als het PSA in het bloed verhoogd is, kan dit wijzen op prostaatkanker, maar dat hoeft niet zo te zijn. Het PSA is namelijk ook verhoogd bij een ontsteking van de prostaat (prostatitis) en bij goedaardige aandoening van de prostaat (benigne prostaat hypertrofie, BPH). BPH betekent dat het prostaatweefsel actiever is dan normaal, maar dat er geen sprake is van kanker. Verder kunnen lichte verhogingen van PSA gezien worden bij mensen van Afrikaans-Amerikaanse oorsprong. Bij iedere man zal het gehalte aan PSA in het bloed langzaam stijgen met de leeftijd.

Hoe wordt het materiaal verkregen?

Een buisje bloed wordt afgenomen uit een ader aan de binnenkant van de arm, meestal in de plooi van de elleboog. Om deze ader goed te kunnen zien en voelen wordt een stuwbandje strak om de bovenarm getrokken. In de ader wordt geprikt met een holle naald waardoor het bloed in het buisje wordt gezogen. De naald wordt maar één keer gebruikt en daarna vernietigd.

De test

Wanneer wordt deze test gedaan?

De PSA-test wordt uitgevoerd bij mannen om te controleren of er afwijkingen zijn aan de prostaat. PSA is een eiwit dat aangemaakt wordt in de cellen van de prostaat. Dit is een kleine klier rondom de urineleider van een man. De prostaat maakt een vloeistof aan die deel uitmaakt van het zaad. Het overgrote gedeelte van deze vloeistof komt dan ook in het zaad terecht, maar kleine hoeveelheden kunnen onder bepaalde omstandigheden ook uitgescheiden worden in het bloed. PSA komt op twee verschillende manieren voor in bloed: vrij PSA (niet gebonden) en complex PSA (cPSA, PSA gebonden aan een eiwit). Meestal wordt in het laboratorium de totale hoeveelheid PSA gemeten, dus vrij PSA plus cPSA samen. Wanneer de dokter voor het eerst een PSA-test aanvraagt, bedoelt hij/zij de hoeveelheid totaal PSA in het bloed. Vrij PSA kan ook los bepaald worden en kan soms helpen om een beter antwoord te geven op de vraag of er sprake kan zijn van prostaatkanker. Bij patiënten met prostaatkanker is er namelijk sprake van relatief minder vrij PSA en relatief meer cPSA.

Wat betekent de uitslag?

Normaal:

De normale waarde voor totaal PSA bedraagt minder dan 4,0 µg/l (microgram per liter bloed).

Er zijn artsen die menen dat de grens van PSA bij jonge mannen (jonger dan 40 jaar) lager is dan 4,0 µg/l. De reden hiervan is dat er ook jonge mannen zijn met prostaatkanker die een waarde hebben tussen 2,5 µg/l en 4,0 µg/l. Aan de andere kant zijn er ook veel mannen die geen prostaatkanker hebben, maar toch een waarde hebben groter dan 4,0 µg/l. De betekenis van de PSA-waarde is dus niet eenvoudig vast te stellen.

Sterk verhoogd:

In de medische wereld is men het er wel over eens dat voor patiënten met een PSA-waarde groter dan 10,0 µg/l er een sterke aanwijzing is voor prostaatkanker; de kans daarop is dan meer dan 67%.

Licht verhoogd:

Bij waarden tussen 4,0 en 10,0 µg/l kan er sprake zijn van prostaatkanker, maar dat is niet zeker (de kans bij deze waarde is ongeveer 25%). Er kan ook sprake zijn van een ontsteking (prostatitis) of een benigne prostaat hypertrofie (BPH).

Na een radicale protaatverwijdering (prostatectomie) hoort het PSA onder de detectielimiet van de bepaling te liggen (=niet aantoonbaar). De detectielimiet voor PSA verschilt tussen laboratoria, maar ligt ongeveer in de orde van 0,003 µg/L.

Bij een testuitslag met waarden tussen 4,0 en 10,0 µg/l kan de bepaling van vrij PSA van nut zijn, omdat een relatief lage hoeveelheid vrij PSA ten opzichte van totaal PSA een grotere kans geeft op prostaatkanker. Juist deze combinatie van vrij PSA en totaal PSA kan dan de doorslag geven voor een arts om wel of geen prostaat biopsie te verrichten. Oudere mannen hebben altijd een grotere hoeveelheid PSA in hun bloed.

In Nederland worden niet alle oudere mannen opgeroepen om hun PSA regelmatig te laten testen (screening). In sommige andere landen gebeurt dit wel, maar uit recente grote studies inmiddels is gebleken dat dit niet effectief is.

Nog vragen?

De informatie over deze test komt van deskundigen uit het ziekenhuislaboratorium. Daar worden dagelijks vele honderden testen uitgevoerd. Laboratoriumspecialisten zorgen er voor dat dit op een veilige en juiste manier gebeurt. Zij adviseren de dokter bij afwijkende uitslagen en ingewikkelde problemen.

Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog een vraag? Stel deze aan een klinisch chemicus.

© 2018 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde, laatst bijgewerkt 15-10-2012

Terug Terug naar het overzicht