Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
Find NVKC on YouTubeFind NVKC on FacebookFind NVKC on Twitter

Zoek een test

Prealbumine

Terug Terug naar het overzicht

Ook wel bekend als:
PA, transthyretine of thyroxinebindend prealbumine
Officiële naam:
prealbumine
Verwante testen:
albumine

In vogelvlucht

Waarom deze test?

Om ondervoeding op te sporen en om het effect van een voedingstherapie te meten.

Welk materiaal?

Bloed

Monster

Wat wordt getest?

Deze test meet de hoeveelheid prealbumine in het bloed. Prealbumine is een eiwit dat door de lever wordt gevormd. Prealbumine is korte tijd in het lichaam aanwezig waardoor de hoeveelheid van moment tot moment sterk kan verschillen.

De gemeten hoeveelheid prealbumine in het bloed geeft een indicatie voor de voedingstoestand. Een lage prealbumine duidt op eiwittekort in het lichaam. De waarde daalt snel bij lage energie-inname (te weinig eten) zelfs als voldoende eiwit wordt opgenomen. Inname van voeding leidt tot herstel van de eiwitstatus in het lichaam waardoor de prealbumine stijgt.

Hoe wordt het materiaal verkregen?

Een buisje bloed wordt afgenomen uit een ader aan de binnenkant van de arm, meestal in de plooi van de elleboog. Om deze ader goed te kunnen zien en voelen wordt een stuwbandje strak om de bovenarm getrokken. In de ader wordt geprikt met een holle naald waardoor het bloed in het buisje wordt gezogen. De naald wordt maar één keer gebruikt en daarna vernietigd.

De test

Wanneer wordt deze test gedaan?

De dokter vraagt de prealbuminetest aan wanneer er tekenen zijn van ondervoeding zoals sterk gewichtsverlies, geremde groei (bij een kind), verzwakte spieren en/of een zwakke afweerreactie bij infectie. Verder gaat ondervoeding vaak gepaard met niet helder kunnen nadenken, broos en uitvallend haar en een droge, geelachtige huid. Bij jonge vrouwen kan de menstruatie stoppen.

Verder wordt een prealbuminetest aangevraagd voordat een operatie plaatsvindt of wanneer de patiënt een chronische aandoening heeft. Een goede voedingstoestand van de patiënt vermindert de kans op complicaties bij de operatie zoals longontsteking en infecties. Als de prealbuminetest aangeeft dat de patiënt ondervoed is, verandert de dokter eerst het dieet om de patiënt te laten aansterken voor de operatie.

De dokter vraagt de prealbuminetest ook aan om de voedingstoestand te controleren van patiënten met infuusvoeding (intraveneuze voeding).

Tegenwoordig wordt ook de prealbumine bepaald bij patiënten die nierdialyse (hemodialyse) moeten ondergaan. Recent onderzoek heeft namelijk laten zien dat bij nierdialyse de overlevingskans afneemt bij lage en langzaam dalende prealbuminewaarden in het bloed.

Wat betekent de uitslag?

Prealbumine geeft inzicht in de voedingsstatus van de patiënt. Als prealbumine verlaagd is, zijn in het algemeen alle eiwitten verlaagd. De referentiewaarden kunnen per laboratorium verschillen. Dit is o.a. afhankelijk van de gebruikte test. De referentiewaarden zijn bij benadering: 200 - 400 mg/l.

Verlaagd:

Behalve door ondervoeding kan de verlaagde prealbumine ook worden veroorzaakt door:

  • ernstige, chronische ziektes zoals kanker
  • verhoogde schildklierwerking (hyperthyroïdie)
  • leverziekten
  • ernstige infecties (als gevolg van ontstekingen maakt het lichaam minder prealbumine)
  • sommige aandoeningen van het spijsverteringskanaal
  • behandeling met bepaalde geneesmiddelen (bijv. medicijnen tegen hartritmestoornissen, oestrogenen en de pil)
Verhoogd:

Verhoogde prealbumine uitslagen worden gevonden bij:

  • behandeling met hoge dosis van bepaalde typen ontstekingsremmer (corticosteroïden, non-steroid anti-inflammatoire middelen)
  • behandeling met anabole steroïden, mannelijke geslachtshormonen en prednison
  • hyperactieve bijnieren
  • ziekte van Hodgkin
  • nierfalen

Nog vragen?

De informatie over deze test komt van deskundigen uit het ziekenhuislaboratorium. Daar worden dagelijks vele honderden testen uitgevoerd. Laboratoriumspecialisten zorgen er voor dat dit op een veilige en juiste manier gebeurt. Zij adviseren de dokter bij afwijkende uitslagen en ingewikkelde problemen.

Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog een vraag? Stel deze aan een klinisch chemicus.

© 2018 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde, laatst bijgewerkt 17-10-2010

Terug Terug naar het overzicht