Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
Find NVKC on YouTubeFind NVKC on FacebookFind NVKC on Twitter

Zoek een test

LH

Terug Terug naar het overzicht

Ook wel bekend als:
Luteïniserend Hormoon
Officiële naam:
LH
Verwante testen:
FSH, oestradiol, progesteron, zwangerschapstest, testosteron

In vogelvlucht

Waarom deze test?

De test wordt gebruikt voor onderzoek bij vruchtbaarheidsproblemen en bij te vroege of te late ontwikkeling van de geslachtsorganen.

Welk materiaal?

Bloed

Monster

Wat wordt getest?

De test meet de hoeveelheid LH (luteïniserend hormoon) in het bloed. LH wordt gemaakt in de hypofyse, een belangrijke klier voor de hormoonproductie in de hersenen. Aanmaak en werking van LH en FSH (follikel stimulerend hormoon) hangen nauw met elkaar samen. Bij vrouwen stimuleert de toename van LH gedurende de eerste twee weken van de menstruele cyclus (de follikulaire fase) samen met FSH de aanmaak van het vrouwelijk geslachtshormoon, oestradiol. Tijdens de eisprong stimuleert een kortdurende zeer hoge productie van LH het vrijkomen van de eicel uit de rijpe follikel. Na de eisprong, in de zogenaamde luteale fase van de menstruatiecyclus, zorgt LH samen met FSH voor de aanmaak van progesteron. Progesteron zorgt uiteindelijk voor een remming van de aanmaak van LH en FSH, zodat aan het begin van de menstruatie alle hormonen weer in een lage concentratie aanwezig zijn.

Tijdens de overgang (menopause) neemt de werking van de eierstokken af en zullen, door het wegvallen van de remming van de productie van LH en FSH, de hoeveelheid van deze hormonen in het bloed stijgen.

Bij mannen stimuleert LH de aanmaak van het mannelijke geslachtshormoon testosteron in de zaadballen. LH is bij mannen vanaf de puberteit betrekkelijk constant aanwezig in het bloed. Bij pasgeborenen stijgt het LH snel na de geboorte en daalt dan vervolgens tot vrijwel onmeetbare hoeveelheden (na 6 maanden bij jongens en na 1 tot 2 jaar bij meisjes). Rond de leeftijd van 6 tot 8 jaar, voorafgaand aan het begin van de puberteit, stijgt het LH weer.

Hoe wordt het materiaal verkregen?

Een buisje bloed wordt afgenomen uit een ader aan de binnenkant van de arm, meestal in de plooi van de elleboog. Om deze ader goed te kunnen zien en voelen wordt een stuwbandje strak om de bovenarm getrokken. In de ader wordt geprikt met een holle naald waardoor het bloed in het buisje wordt gezogen. De naald wordt maar één keer gebruikt en daarna vernietigd.

De test

Wanneer wordt deze test gedaan?

De dokter laat een LH test doen, meestal in combinatie met een test voor FSH, oestradiol, progesteron en testosteron, om de oorzaak van onvruchtbaarheid bij zowel mannen als vrouwen te onderzoeken. Bij kinderen worden deze hormonen gemeten om de oorzaken van een te vroege of te late seksuele ontwikkeling te onderzoeken. Het meten van LH is ook zinvol bij onderzoek naar oorzaken van een onregelmatige menstruatie en bij aanwijzingen voor een niet goed werkende hypofyse. Bij intrede van de overgang (menopauze), als er geen eicellen meer uitrijpen, zal het LH stijgen, maar de stijging kan vergelijkbaar zijn met de LH-waarde van een normale cyclus. Daarom kan deze bepaling niet gebruikt worden om de overgang aan te tonen. Daarentegen stijgt FSH wel voldoende, zodat deze bepaling wél voor dit doel gebruikt kan worden.

Wat betekent de uitslag?

De gemeten waarden zijn afhankelijk van de testmethode. Daarom variëren de referentiewaarden van laboratorium tot laboratorium. Gemiddelde waarden zijn in de tabel samengevat. Daarnaast variëert de concentratie van LH bij vrouwen per dag van de menstruele cyclus. Voor een goede interpretatie is het van belang om te weten op welke dag van de menstruele cyclus bloed is afgenomen (rondom eisprong of niet).

Gemiddelde referentiewaarden LH voor mannen
LeeftijdLH
0-6 maanden < 1,0-2,6 U/l
7 maanden tot start puberteit < 1,0-1,8 U/l
vroege tot late puberteit < 1,0-8 U/l
volwassen 1,5-8 U/l
Gemiddelde referentiewaarden LH voor vrouwen
LeeftijdLH
0-6 maanden < 1,0 U/l
7 maanden tot start puberteit < 1,0 U/l
vroege tot late puberteit 1,0-8 U/l
volwassen, voor en na eisprong 1,0-8 U/l
volwassen, rondom eisprong 10-55 U/l
volwassen, postmenopauzaal (na de overgang) 15-90 U/l
Verhoogd:

Te hoge LH en FSH waarden kunnen wijzen op niet goed functionerende eierstokken of zaadballen. Afwijkingen kunnen worden veroorzaakt door eerder doorgemaakte ziekten (bof), chemotherapie of bestraling, niet (volledig) indalen van de zaadballen in de jeugd, (vroegtijdige) menopauze of aangeboren afwijkingen (o.a syndroom van Klinefelter bij mannen, syndroom van Turner bij vrouwen). Ook bij een te vroege puberteit of bij cyclusstoornissen zoals bij polycysteus ovarium syndroom kunnen verhoogde LH waarden gevonden worden. Om te bekijken of iemand in de menopause is, heeft het meten van FSH de voorkeur boven het meten van LH.

Verlaagd:

Te lage waarden kunnen wijzen op een slecht werkende hypofyse. Oorzaken voor een slecht werkende hypofyse zijn o.a. ernstig ondergewicht, anorexia, stress en tumoren in de hersenen die de functie van de hypofyse of hypothalamus belemmeren.

Bij bepaalde vormen van bijnier-, zaadbal- of eierstokkanker die samengaan met een verhoogde productie van geslachtshormonen (testosteron en oestradiol) worden verlaagde waarden van LH en FSH gevonden.

Daarnaast zijn tijdens het gebruik van de anticonceptiepil en hormoontherapie tijdens de overgang (oestrogeentherapie), LH waarden verlaagd. Ook tijdens zwangerschap zijn LH- en FSH-waarden verlaagd.

Nog vragen?

De informatie over deze test komt van deskundigen uit het ziekenhuislaboratorium. Daar worden dagelijks vele honderden testen uitgevoerd. Laboratoriumspecialisten zorgen er voor dat dit op een veilige en juiste manier gebeurt. Zij adviseren de dokter bij afwijkende uitslagen en ingewikkelde problemen.

Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog een vraag? Stel deze aan een klinisch chemicus.

© 2018 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde, laatst bijgewerkt 01-11-2014

Terug Terug naar het overzicht