Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
Find NVKC on YouTubeFind NVKC on FacebookFind NVKC on Twitter

Zoek een test

Kleihauertest

Terug Terug naar het overzicht

Ook wel bekend als:
Kleihauer Betke test, onderzoek foetomaternale transfusie, foetaal hemoglobine (HbF)
Officiële naam:
Kleihauertest
Verwante testen:
bloedgroeptypering

In vogelvlucht

Waarom deze test?

Om te onderzoeken of bloed afkomstig van het ongeboren kind terecht is gekomen in de bloedsomloop van de moeder, ook wel foetomaternale transfusie genoemd.

Welk materiaal?

Bloed

Monster

Wat wordt getest?

De Kleihauer test is een microscopisch onderzoek van rode bloedcellen in het bloed van de zwangere vrouw. Rode bloedcellen bevatten het bloedeiwit hemoglobine dat nodig is voor zuurstoftransport door het lichaam. Het bloed van het ongeboren of pasgeboren kind bevat voor het grootste gedeelte een speciale vorm van hemoglobine: hemoglobine F (HbF). Bloed van de moeder bevat maar heel weinig (minder dan 1%) van dit HbF. Onder de microscoop kan, na een speciale behandeling van het bloed, onderscheid gemaakt worden tussen rode bloedcellen afkomstig van de moeder (weinig HbF) en rode bloedcellen afkomstig van het ongeboren kind (veel HbF). Daarnaast kan het percentage bloed afkomstig van het (ongeboren) kind eenvoudig worden berekend om zo een inschatting te maken van de ernst van de situatie.

Hoe wordt het materiaal verkregen?

Een buisje bloed wordt afgenomen uit een ader aan de binnenkant van de arm, meestal in de plooi van de elleboog. Om deze ader goed te kunnen zien en voelen wordt een stuwbandje strak om de bovenarm getrokken. In de ader wordt geprikt met een holle naald waardoor het bloed in het buisje wordt gezogen. De naald wordt maar één keer gebruikt en daarna vernietigd.

De test

Wanneer wordt deze test gedaan?

De Kleihauer test wordt gedaan, wanneer er een vermoeden bestaat dat er bloed van het (ongeboren) kind terecht is gekomen in de bloedsomloop van de moeder bijvoorbeeld door een verkeersongeval, (huiselijk) geweld, een val, of tijdens de geboorte.

Het bloed van het kind kan bij de zwangere vrouw een immunisatie veroorzaken, waarbij haar lichaam antistoffen vormt tegen de rode bloedcellen van het kind. Later in de zwangerschap of bij een eventuele volgende zwangerschap kan dit problemen geven voor het ongeboren kind waarbij het bloed wordt afgebroken en een levensbedreigende situatie voor het ongeboren kind kan ontstaan.

Dit geldt met name als de moeder Rhesusfactor-negatief is en het kind Rhesusfactor-positief. Als de Kleihauertest positief is, moet de moeder worden behandeld met anti-Rhesusfactor (D). Afhankelijk van de hoeveelheid bloed van het kind dat in het bloed van de moeder terecht is gekomen, wordt de dosis anti-Rhesusfactor D aangepast. Deze behandeling zorgt ervoor dat de rode bloedcellen van het kind, die in de bloedsomloop van de moeder terecht zijn gekomen, worden weggevangen. Door deze behandeling wordt immunisatie van de moeder voorkomen en zijn de rode bloedcellen van het (ongeboren) kind en eventueel een volgend Rhesusfactor-negatief kind beschermd tegen afbraak door bloed van de moeder.

Wat betekent de uitslag?

Normaal:

Normaal gesproken is er geen bloed van het ongeboren kind aanwezig in de bloedsomloop van de moeder. Het percentage rode bloedcellen van het kind in het bloed van de moeder is minder dan 2 promille (2 rode bloedcellen van het (ongeboren) kind per 1000 rode bloedcellen van de moeder).

Verhoogd:

Als het percentage rode bloedcellen in het bloed van de moeder groter is dan 2 promille (2 rode bloedcellen van het (ongboren) kind per 1000 rode bloedcellen van de moeder), is er sprake van een foetomaternale transfusie.

Nog vragen?

De informatie over deze test komt van deskundigen uit het ziekenhuislaboratorium. Daar worden dagelijks vele honderden testen uitgevoerd. Laboratoriumspecialisten zorgen er voor dat dit op een veilige en juiste manier gebeurt. Zij adviseren de dokter bij afwijkende uitslagen en ingewikkelde problemen.

Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog een vraag? Stel deze aan een klinisch chemicus.

© 2018 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde, laatst bijgewerkt 17-10-2010

Terug Terug naar het overzicht