Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
Find NVKC on YouTubeFind NVKC on FacebookFind NVKC on Twitter

Zoek een test

Glucose

Terug Terug naar het overzicht

Ook wel bekend als:
bloedsuiker, nuchtere bloedsuiker, NGlucose, orale glucose tolerantietest, GTT, urine glucose.
Officiële naam:
glucose
Verwante testen:
urineanalyse, insuline, C-peptide, HbA1c, microalbumine

In vogelvlucht

Waarom deze test?

De test wordt uitgevoerd om te zien of de hoeveelheid glucose in het bloed binnen de toegestane grenzen ligt.

Welk materiaal?

Bloed

Monster

Wat wordt getest?

De test meet de hoeveelheid glucose in bloed. Glucose is chemisch gezien een eenvoudig, klein suikermolecuul. In voedsel zitten lange ketens van suikermoleculen (koolhydraten) die tot verschillende kleine suikers worden afgebroken, waaronder glucose. Het wordt via de wand van de dunne darm in het bloed opgenomen. De meeste lichaamscellen gebruiken glucose als bron van energie. Na het eten stijgt de hoeveelheid glucose in het bloed door het grote aanbod. Onder invloed van insuline (een hormoon uit de alvleesklier) wordt glucose naar de lichaamscellen gebracht waar het wordt gebruikt voor de energieproductie of wordt opgeslagen als reservebrandstof.

Als het lichaam veel energie nodig heeft, wordt de opgeslagen brandstof aangesproken. Daarbij is glucagon nodig, ook een hormoon uit de alvleesklier dat ervoor zorgt dat glucose weer vrijkomt uit de opslag waardoor de bloedsuiker omhoog gaat. In een gezond lichaam houden insuline en glucagon het glucosegehalte in het bloed goed onder controle. Bij mensen met suikerziekte (diabetes mellitus) is de glucosebalans verstoord waardoor het bloedsuikergehalte te hoog is. Dat kan leiden tot ernstige beschadigingen van de nieren, het hart, de ogen, bloedvaten en zenuwen.

Hoe wordt het materiaal verkregen?

Bloed: Een buisje bloed wordt afgenomen uit een ader aan de binnenkant van de arm, meestal in de plooi van de elleboog. Om deze ader goed te kunnen zien en voelen wordt een stuwbandje strak om de bovenarm getrokken. In de ader wordt geprikt met een holle naald waardoor het bloed in het buisje wordt gezogen. De naald wordt maar één keer gebruikt en daarna vernietigd. Indien nuchter vereist is mag 12 uur voorafgaand aan de test niets gegeten en gedronken worden. Dit wordt van te voren verteld.

Vingerprik: Met een scherp naaldje wordt een gaatje geprikt in de top van één van de vingers. Daar komt dan een druppel bloed uit die wordt opgevangen op een strip of in een buisje. Hoe warmer de handen zijn, hoe makkelijker het gaat. Het naaldje wordt maar een keer gebruikt en daarna vernietigd.

De test

Wanneer wordt deze test gedaan?

De bloedsuiker wordt gemeten om te controleren of de hoeveelheid glucose in het bloed binnen de toegestane grenzen ligt. Bij gezonde mensen dient de test vaak als ‘check' om te kijken of de bloedsuikerspiegel in orde is.

De glucosemeting maakt meestal deel uit van een routinematig bloedonderzoek. Ook wordt de test nog al eens aangeboden bij gezondheidchecks. Een regelmatige controle op bloedglucose is vooral van belang voor mensen die een hoger risico lopen op suikerziekte bijvoorbeeld omdat zij familie hebben met suikerziekte, door ouderdom of door overgewicht. De diagnose diabetes mellitus (suikerziekte) kan gesteld worden wanneer een willekeurige plasmaglucosewaarde > 11 mmol/l wordt gevonden. Bij een nuchtere plasmaglucosewaarde ligt deze grens bij > 7 mmol/l. Vaak zal er een tweede bloedafname ter bevestiging volgen, waarbij ook andere testen uitgevoerd worden voor een risico-inschatting (bv. cholesterol).

Bij vermoeden van suikerziekte zal de dokter vaak eerst een 'nuchtere' glucose aanvragen. Dit is een glucosetest 's ochtends zonder dat er de voorafgaande 10 uur gegeten of gedronken is (behalve water en thee zonder suiker). Soms vraagt de dokter een glucosetolerantietest (GTT) aan waarbij de bloedglucosewaarde wordt gemeten nadat de patiënt een drankje met 75 gram glucose heeft gedronken. De waarde van de nuchtere glucose en/of de waarde 2 uur na het glucosedrankje geeft informatie over het wel of niet hebben van suikerziekte (diabetes mellitus).

Mensen bij wie suikerziekte is vastgesteld, moeten zeer geregeld worden getest op glucose om het effect van dieet, leefstijl en medische behandeling te volgen. Bij diabetespatiënten kan het glucosegehalte in het bloed zo sterk wisselen dat de meting een of meerdere malen per dag moet plaatsvinden om een zogeheten hyperglycaemie (veel te hoog glucosegehalte) of hypoglycaemie (veel te laag glucosegehalte) tijdig te ontdekken en te behandelen. De patiënten kunnen vaak zelf hun bloedsuiker controleren met behulp van handzame bloedsuikermeters.

Bij zwangere vrouwen kan er sprake zijn van tijdelijke suikerziekte met hoge bloedsuikerspiegels. Meestal gebeurt dat tussen 24ste en 28ste week. Een glucosetest wordt aangevraagd om deze zogeheten zwangerschapsdiabetes te kunnen vaststellen.

Wat betekent de uitslag?

Grenswaarden voor glucose zijn afhankelijk van de bepaling en hoe het bloed is afgenomen (buisje bloed of vingerprik) en kunnen dus tussen laboratoria onderling verschillen. De meeste laboratoria hanteren waarden tussen de 3,5 - 5,5 mmol/l

Verhoogd:

Hoge waarden worden meestal veroorzaakt door suikerziekte, maar het kan ook komen door:

  • Acromegalie (overproductie van groeihormoon in de hypofyse)
  • Acute stress door verschillende oorzaken
  • Chronische nieruitval
  • Syndroom van Cushing (overproductie van cortisol in de bijnier)
  • Medicijnen, zoals: corticosteroïden, tricyclische antidepressiva, diuretica, epinefrine, oestrogenen (orale anticonceptiva en hormoonvervangers), lithium, phenytoïn, salicylaten
  • Zeer overmatig eten
  • Hyperthyroïdie (overactieve schildklier)
  • Kanker of ontsteking aan de alvleesklier
Verlaagd:

Lage glucose waarden (hypoglycemie) komen voor bij mensen met suikerziekte die teveel insuline gespoten hebben of te weinig gegeten hebben (bijvoorbeeld door ziekte). lage glucose kan ook voorkomen bij:

  • Alcohol misbruik
  • Medicijnen, zoals acetaminophen en anabole steroïden
  • Grote leverafwijkingen
  • Slecht functioneren van de pijnappelklier
  • Slecht functioneren van de schildklier
  • Overdosis van insuline
  • Insulinomen (tumoren van de pancreas die insuline produceren)

Nog vragen?

De informatie over deze test komt van deskundigen uit het ziekenhuislaboratorium. Daar worden dagelijks vele honderden testen uitgevoerd. Laboratoriumspecialisten zorgen er voor dat dit op een veilige en juiste manier gebeurt. Zij adviseren de dokter bij afwijkende uitslagen en ingewikkelde problemen.

Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog een vraag? Stel deze aan een klinisch chemicus.

© 2018 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde, laatst bijgewerkt 01-11-2014

Terug Terug naar het overzicht