Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
Find NVKC on YouTubeFind NVKC on FacebookFind NVKC on Twitter

Zoek een test

Fosfaat

Terug Terug naar het overzicht

Ook wel bekend als:
fosfor, P, PO4, anorganisch fosfaat
Officiële naam:
fosfaat
Verwante testen:
elektrolyten, calcium, natrium, kalium, vitamine D, PTH, magnesium

In vogelvlucht

Waarom deze test?

Om het fosfaatgehalte in het lichaam te controleren.

Welk materiaal?

Bloed of urine

Monster

Wat wordt getest?

De test meet de hoeveelheid fosfaat (PO4) in bloed. Fosfaten zijn nodig voor energie, spier- en zenuwwerking en botaanmaak. Fosfaat speelt ook een belangrijke rol bij de instandhouding van de juiste zuurtegraad (pH) van het bloed.

Ongeveer 75% van het fosfaat is als calciumfosfaat aanwezig in botten en tanden. De rest zit in spieren, zenuwen en als opslag in lichaamscellen waar het nodig is voor energie. Ongeveer 1% van het fosfaat wordt gevonden in het bloed.

Het meeste fosfaat in het lichaam is afkomstig uit de voeding (bijvoorbeeld bonen, noten, eieren, roodvlees, kip en vis). Het hormoon PTH uit de bijschildklier en vitamine D houden het calcium- en fosfaatgehalte op peil door ervoor te zorgen dat het lichaam meer/minder fosfaat opneemt uit de voeding of meer/minder fosfaat uitscheidt via de nieren.

Een te hoog fosfaatgehalte kan resulteren in orgaanschade doordat het fosfaat kan neerslaan (kristalliseren).

Hoe wordt het materiaal verkregen?

Bloed:

Een buisje bloed wordt afgenomen uit een ader aan de binnenkant van de arm, meestal in de plooi van de elleboog. Om deze ader goed te kunnen zien en voelen wordt een stuwbandje strak om de bovenarm getrokken. In de ader wordt geprikt met een holle naald waardoor het bloed in het buisje wordt gezogen. De naald wordt maar één keer gebruikt en daarna vernietigd.

24-uurs urine:

Na het opstaan moet de blaas eerst helemaal leeg worden geplast. Vanaf dat moment wordt alle urine 24 uur lang verzameld in een speciale fles, ook die van de nacht. Na 24 uur moet ook de laatste urine worden opgevangen. Begin- en eindtijd moeten worden genoteerd. Daarna wordt de fles zo snel mogelijk afgeleverd bij het laboratorium. De fles moet steeds in de koelkast worden bewaard. Alle informatie staat in een folder die wordt meegegeven.

De test

Wanneer wordt deze test gedaan?

Een afwijkend fosfaatgehalte gaat meestal niet gepaard met klachten. Belangrijke redenen voor de dokter om het fosfaatgehalte in bloed te laten meten zijn:

  • een te hoog of laag calciumgehalte in bloed
  • klinische klachten die passen bij een afwijkende calciumgehalte zoals vermoeidheid, spierzwakte, spierkramp en botproblemen
  • nierziekten
  • diabetes mellitus (suikerziekte)
  • behandeling met calcium en fosfaat (supplementen)

Behalve het meten van fosfaat in bloed kan het soms ook van belang zijn om dit in urine te meten. Dat geeft inzicht in de uitscheiding van fosfaat via de nieren en daarmee in het functioneren van de nieren.

Recent heeft men een hormoon ontdekt dat direct betrokken is bij het regelen van de hoeveelheid fosfaat in het lichaam: fibroblast-groei-factor 23 (FGF23). Verandering in de genen van FGF23 hebben invloed op de hoeveelheid fosfaat in het lichaam.

Wat betekent de uitslag?

Normaal varieert het fosfaatgehalte in bloed van 0,8 tot 1,5 mmol/L.

Verlaagd:

Een te laag fosfaatgehalte in bloed heet hypofosfatemie en kan voorkomen bij:

  • ondervoeding of alcoholisme (tekort fosfaat inname via voeding)
  • overmatig gebruik van diuretica (plaspillen)
  • ernstige brandwonden
  • behandeling van diabetes mellitus
  • slecht werkende schildklier
  • vitamine D-tekort
  • behandeling met medicijnen die maagzuur neutraliseren
  • overmatig werkende bijschildklier (primaire hyperparathyreoïdie, hierbij wordt vaak ook een verhoogd calcium in het bloed gevonden)
  • een overproduktie van FGF-23
Verhoogd:

Een te hoog fosfaatgehalte in bloed heet hyperfosfatemie en kan voorkomen bij:

  • nierziekten
  • slecht werkende bijschildklier
  • diabetisch ketoacidose (verbranding van vetten omdat onvoldoende glucose beschikbaar is voor de energievoorziening)
  • overmatig fosfaat of vitamine D-gebruik (via supplementen)
  • bij kinderen tijdens (bot)groei
  • een tekort aan FGF23

Nog vragen?

De informatie over deze test komt van deskundigen uit het ziekenhuislaboratorium. Daar worden dagelijks vele honderden testen uitgevoerd. Laboratoriumspecialisten zorgen er voor dat dit op een veilige en juiste manier gebeurt. Zij adviseren de dokter bij afwijkende uitslagen en ingewikkelde problemen.

Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog een vraag? Stel deze aan een klinisch chemicus.

© 2018 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde, laatst bijgewerkt 02-02-2016

Terug Terug naar het overzicht