Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
Find NVKC on YouTubeFind NVKC on FacebookFind NVKC on Twitter

Zoek een test

Complement

Terug Terug naar het overzicht

Ook wel bekend als:
C3, C4, totaal complement, CH50, totale hemolytische complement activiteit, AP50, C1-esteraseremmer
Officiële naam:
complement
Verwante testen:
autoantilichamen, bloedbezinking, CRP, reumafactor, ANA, circulerende immuuncomplexen

In vogelvlucht

Waarom deze test?

Om na te gaan of afwezigheid van eiwitten die deel uit maken van het complementsysteem, of afwijkingen in deze eiwitten, een rol spelen bij steeds terugkerende infecties. Ook wordt complement gemeten om de activiteit van een autoimmuunziekte te volgen.

Welk materiaal?

Bloed

Monster

Wat wordt getest?

Deze test meet de hoeveelheid en functie (activiteit) van complementeiwitten in het bloed. Het complementsysteem is een groep van eiwitten die samenwerken in het afweersysteem om het lichaam te verdedigen tegen ziekteverwekkers (bacteriën en virussen). Het complementsysteem bestaat uit negen belangrijke eiwitten (C1 t/m C9) die weer geholpen worden door andere eiwitten. Meestal worden C3 en C4 gemeten. Als deze beide eiwitten onvoldoende inzicht bieden, wordt vaak de totale complementactiviteit (CH50 of AP50) bepaald.

Hoe wordt het materiaal verkregen?

Een buisje bloed wordt afgenomen uit een ader aan de binnenkant van de arm, meestal in de plooi van de elleboog. Om deze ader goed te kunnen zien en voelen wordt een stuwbandje strak om de bovenarm getrokken. In de ader wordt geprikt met een holle naald waardoor het bloed in het buisje wordt gezogen. De naald wordt maar één keer gebruikt en daarna vernietigd.

De test

Wanneer wordt deze test gedaan?

De dokter vraagt de complementtest aan voor patiënten met onverklaarbare ontstekingen, vochtophoping (oedeem) of in geval van steeds terugkerende onbegrepen (bacteriële) infecties.

Afwijkingen in het complementsysteem kunnen gepaard gaan met het optreden of verergeren van autoimmuunziekten. Daarom vraagt de dokter de test ook aan bij symptomen van autoimmuunziekten.

Wat betekent de uitslag?

Normale waarden voor complement eiwitten zijn

C3 0,9 -1,8 g/L

C4 0,1- 0,4 g/L

CH 50 68 -133%

AP 50 67 - 128%

Het kan zijn dat er enigszins verschillende grenzen worden gehanteerd in verschillende laboratoria.

Verlaagde en verhoogde complement waarden vertellen de dokter niet welke ziekte de patiënt heeft. De waarden geven wel aan dat het immuunsysteem betrokken is bij de ziekte die onderzocht wordt.

Verlaagd:

Complement kan verlaagd zijn door een erfelijk tekort aan complement of door een toename in verbruik van complement in het lichaam. Een erfelijk tekort aan één van de complement eiwitten zal vaak leiden tot terugkerende infecties of een autoimmuunziekte. Als het tekort aan complement het gevolg is van een chronische ziekte, zal de hoeveelheid complement in het lichaam weer terug gaan naar normaal als de ziekte voorbij is.

Verlaagde complement waarden kunnen gevonden worden bij:

  • Terugkerende (bacteriële) infecties
  • Autoimmuunziektes (zoals SLE en vasculitis)
  • Angio-oedeem (erfelijke en niet-erfelijke vormen)
  • Verschillende typen nierziektes (zoals glomerulonefritis, lupus nefritits, membraneuze nephritis, IgA nefropathie)
  • Ondervoeding
  • Sepsis (bloedvergiftiging)
  • Serumziekte (een bepaalde vorm van allergie)
Verhoogd:

Als complement verhoogd is in het lichaam tijdens acute of chronische ontsteking, dan zijn vaak andere eiwitten (acute fase eiwitten) ook verhoogd. Wanneer de ontsteking weer over is, dan gaan de hoeveelheden complement en acute fase eiwitten weer terug naar normale waarden.

Nog vragen?

De informatie over deze test komt van deskundigen uit het ziekenhuislaboratorium. Daar worden dagelijks vele honderden testen uitgevoerd. Laboratoriumspecialisten zorgen er voor dat dit op een veilige en juiste manier gebeurt. Zij adviseren de dokter bij afwijkende uitslagen en ingewikkelde problemen.

Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog een vraag? Stel deze aan een klinisch chemicus.

© 2018 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde, laatst bijgewerkt 17-05-2011

Terug Terug naar het overzicht