Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
Find NVKC on YouTubeFind NVKC on FacebookFind NVKC on Twitter

Zoek een test

Chloride

Terug Terug naar het overzicht

Ook wel bekend als:
Cl
Officiële naam:
chloride
Verwante testen:
natrium, kalium, CO2, HCO3-, elektrolyten

In vogelvlucht

Waarom deze test?

Om vast te stellen of de water- en zouthuishouding in het lichaam in orde is.

Welk materiaal?

Bloed of urine

Monster

Wat wordt getest?

Deze test meet de hoeveelheid chloride in bloed of urine.

Chloride is een elektrolyt, een negatief geladen ion dat samenwerkt met andere elektrolyten zoals natrium, kalium en bicarbonaat (alle geladen ionen). De elektrolyten reguleren de totale hoeveelheid vocht en de zuurgraad van het lichaam.

Zout in ons voedsel bestaat uit natrium en chloride. Door het eten van zout komt chloride dus het lichaam binnen. Het meeste chloride wordt door de darmen opgenomen zodat het in het bloed terecht komt. Als er teveel chloride binnenkomt wordt het weer uitgescheiden in de urine.

Hoe wordt het materiaal verkregen?

Bloed:

Een buisje bloed wordt afgenomen uit een ader aan de binnenkant van de arm, meestal in de plooi van de elleboog. Om deze ader goed te kunnen zien en voelen wordt een stuwbandje strak om de bovenarm getrokken. In de ader wordt geprikt met een holle naald waardoor het bloed in het buisje wordt gezogen. De naald wordt maar één keer gebruikt en daarna vernietigd.

Urine:

Een beetje plas wordt opgevangen in een schoon potje. Dat kan het beste meteen na het opstaan. De urine is dan het meest geconcentreerd en afwijkingen worden daarin sneller opgespoord. Wel eerst wassen, zodat er geen bacteriën of huidcellen in terecht komen. Het beste monster wordt verkregen door eerst een beetje uit te plassen in de wc en dan wat op te vangen in het potje. De rest kan gewoon weer in de wc. Binnen twee uur moet het potje naar het laboratorium worden gebracht. Anders in de koelkast bewaren.

De test

Wanneer wordt deze test gedaan?

De dokter vraagt een chloridetest meestal aan in combinatie met andere elektrolyten, zoals natrium, kalium en bicarbonaat om een algemene indruk te krijgen van de gezondheid van de patiënt. De chloridetest wordt ook vaak aangevraagd bij specifieke klachten zoals langdurig overgeven, diarree, zwakheid of ademhalingsproblemen.

Als er een afwijking in de elektrolyten wordt gevonden zal de dokter verder onderzoek doen naar de oorzaak en een behandeling instellen. Indien een te hoog chloride in bloed wordt gevonden zal de dokter vaak ook het chloridegehalte in urine laten meten en de hoeveelheid natrium in bloed en urine.

De test wordt ook gebruikt om het effect van een behandeling te controleren bij aandoeningen als hoge bloeddruk, hartfalen, leverziekten en nierziekten.

Wat betekent de uitslag?

Bij gezonde mensen is het chloride gehalte in bloed ongeveer 100 mmol/l (tussen 97 en 107 mmol/l). Het gehalte chloride in urine varieert sterk en is afhankelijk van dieet en leeftijd.

Verhoogd

Een verhoogd chloride komt voor bij uitdroging. Het kan ook wijzen op een zogeheten metabole acidose waarbij het lichaam basen verliest wat leidt tot een zure toestand van het bloed. Ook bij hyperventilatie (te snel ademen) wat leidt tot een zogeheten respiratoire alkalose kan het chloridegehalte licht verhoogd zijn.

Verlaagd

Een verlaagde hoeveelheid chloride gaat vaak gepaard met een verlaagde hoeveelheid natrium. Verlies van chloride en natrium komt bijvoorbeeld voor bij langdurig overgeven of maag suctie (leegpompen van de maag). Een verlaagd chloridegehalte kan ook wijzen op zogeheten metabole alkalose waarbij de hoeveelheid base in het lichaam te hoog is. Ook bij chronische longziekten kan het chloride verlaagd zijn.

Nog vragen?

De informatie over deze test komt van deskundigen uit het ziekenhuislaboratorium. Daar worden dagelijks vele honderden testen uitgevoerd. Laboratoriumspecialisten zorgen er voor dat dit op een veilige en juiste manier gebeurt. Zij adviseren de dokter bij afwijkende uitslagen en ingewikkelde problemen.

Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog een vraag? Stel deze aan een klinisch chemicus.

© 2018 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde, laatst bijgewerkt 17-10-2010

Terug Terug naar het overzicht