Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
Find NVKC on YouTubeFind NVKC on FacebookFind NVKC on Twitter

Zoek een test

ALAT

Terug Terug naar het overzicht

Ook wel bekend als:
alanine aminotransferase
Officiële naam:
ALAT
Verwante testen:
ASAT, alkalische fosfatase, bilirubine, leverfuncties

In vogelvlucht

Waarom deze test?

Om vast te stellen of de patiënt een leverziekte heeft.

Welk materiaal?

Bloed

Monster

Wat wordt getest?

De test bepaalt de hoeveelheid van het enzym ALAT in bloed. Een enzym is een eiwit dat cellen helpt om een bepaalde stof om te zetten in een andere stof. ALAT is vooral in de lever aanwezig. Kleinere hoeveelheden komen voor in de nieren, het hart en in spieren. Normaal is de hoeveelheid ALAT in het bloed laag. Als levercellen beschadigd worden, lekt ALAT vanuit de lever in het bloed. Daardoor stijgt de hoeveelheid ALAT in het bloed. Dit kan gebeuren vóórdat er klachten of symptomen zijn (zoals geelzucht, gele ogen of gele huid) die wijzen op leverschade.

Hoe wordt het materiaal verkregen?

Een buisje bloed wordt afgenomen uit een ader aan de binnenkant van de arm, meestal in de plooi van de elleboog. Om deze ader goed te kunnen zien en voelen wordt een stuwbandje strak om de bovenarm getrokken. In de ader wordt geprikt met een holle naald waardoor het bloed in het buisje wordt gezogen. De naald wordt maar één keer gebruikt en daarna vernietigd.

De test

Wanneer wordt deze test gedaan?

De dokter vraagt ALAT aan als hij/zij denkt aan een beschadiging van de lever, of wanneer hij dit juist wil uitsluiten. De uitslag wordt dan vergeleken met de uitslagen van andere levertesten zoals alkalisch fosfatase (AF), Gamma-GT en ASAT. Klachten die kunnen voorkomen bij leverschade zijn: donkere urine, misselijkheid, overgeven, opgezwollen buik, plotseling aankomen in gewicht en buikpijn. ALAT wordt ook aangevraagd bij:

  • mensen die misschien een besmetting met hepatitis B of C virus hebben opgelopen
  • mensen die teveel alcohol drinken
  • mensen waarbij leverziekten in de familie voorkomen
  • mensen die geneesmiddelen moeten slikken die mogelijk levercellen kunnen beschadigen

Bij geringe klachten zoals moeheid wordt ALAT soms getest om te onderzoeken of er sprake is van een langer bestaande leverziekte. Ook wordt ALAT gemeten om te controleren of de medische behandeling om een leverziekte te bestrijden goed werkt.

Wat betekent de uitslag?

Bij mensen die geen leverziekten hebben is de ALAT-activiteit bij mannen kleiner dan 45 U/l en bij vrouwen kleiner dan 35 U/l. Aan licht verhoogde waarden, zonder klachten, wordt niet direct een betekenis toegekend. Pas wanneer de waarde meer dan tweemaal de genoemde bovengrens is, is verder onderzoek naar de oorzaak gewenst.

Licht verhoogd:

Bij een chronische leverontsteking is ALAT wel verhoogd (maximaal 5x hoger dan normaal) maar niet zo sterk als bij acute hepatitis. De dokter zal de test dan meestal vaker aanvragen om te kijken of enzymacitiviteit van ALAT verandert of hetzelfde blijft. Bij sommige, ook ernstige, leverziekten zoals afstervend leverweefsel (levercirrose), leverkanker en afsluiting van de galwegen komt het voor dat de ALAT-waarde toch normaal is of slechts licht verhoogd. Daarom wordt ALAT vaak gecombineerd met andere levertesten zoals AF en ASAT.

Sterk verhoogd:

Een sterk verhoogde ALAT enzymactiviteit (meer dan 15x hoger dan normaal) wordt bijna altijd veroorzaakt door acute leverontsteking (acute hepatitis). Deze vorm van hepatitis wordt meestal veroorzaakt door een virusinfectie. Bij acute hepatitis blijft ALAT wel 1 tot 2 maanden sterk verhoogd. Pas na 3 tot 6 maanden is de uitslag weer normaal.

Nog vragen?

De informatie over deze test komt van deskundigen uit het ziekenhuislaboratorium. Daar worden dagelijks vele honderden testen uitgevoerd. Laboratoriumspecialisten zorgen er voor dat dit op een veilige en juiste manier gebeurt. Zij adviseren de dokter bij afwijkende uitslagen en ingewikkelde problemen.

Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog een vraag? Stel deze aan een klinisch chemicus.

© 2018 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde, laatst bijgewerkt 17-10-2010

Terug Terug naar het overzicht