Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
Find NVKC on YouTubeFind NVKC on FacebookFind NVKC on Twitter

Zoek een test

ACE

Terug Terug naar het overzicht

Ook wel bekend als:
Angiotensine Converting Enzyme
Officiële naam:
ACE
Verwante testen:
lysozym

In vogelvlucht

Waarom deze test?

Deze test kan helpen om de diagnose sarcoϊdose ofwel de ziekte van Besnier-Boeck-Schaumann te stellen. Ook wordt de test gebruikt om het beloop van de ziekte en het effect van therapie te volgen.

Welk materiaal?

Bloed

Monster

Wat wordt getest?

De test bepaalt de hoeveelheid Angiotensine Converting Enzyme (ACE) in het bloed. ACE is een enzym, dat vooral betrokken is bij de regulatie van de bloeddruk. Het wordt in het hele lichaam gemaakt, maar is vooral in de longen aanwezig. Verder hebben veel, maar zeker niet alle, patiënten met actieve sarcoϊdose een verhoogde ACE-waarde.

Sarcoïdose is een aandoening waarbij ontstekingen ontstaan in verschillende delen van het lichaam, vooral in de longen, de lymfklieren, de huid, de ogen en de gewrichten. Ter plaatse verzamelen zich vele witte bloedcellen die zich ophopen in kleine knobbeltjes. Deze weefselknobbeltjes worden granulomen genoemd.

Verhoogde hoeveelheden ACE worden aangetroffen in de cellen aan de buitenranden van de granulomen. Hierdoor neemt de hoeveelheid ACE in het bloed toe. De ACE-waarde stijgt en daalt afhankelijk van de ziekteactiviteit van sarcoϊdose.

Hoe wordt het materiaal verkregen?

Een buisje bloed wordt afgenomen uit een ader aan de binnenkant van de arm, meestal in de plooi van de elleboog. Om deze ader goed te kunnen zien en voelen wordt een stuwbandje strak om de bovenarm getrokken. In de ader wordt geprikt met een holle naald waardoor het bloed in het buisje wordt gezogen. De naald wordt maar één keer gebruikt en daarna vernietigd.

De test

Wanneer wordt deze test gedaan?

De dokter vraagt een ACE-test aan wanneer de klachten van een patiënt veroorzaakt kunnen worden door sarcoϊdose. Algemene klachten zijn koorts, gewichtsverlies, nachtzweten en vermoeidheid. Verder zijn de klachten afhankelijk van de organen waar de granulomen zich bevinden.

Concentreert de ziekte zich in de longen dan leidt het tot klachten als kortademigheid of een chronische hoest. Bij aantasting van gewrichten leidt het tot gewrichtspijn en bij aantasting van de lymfeklieren kunnen in de lies en/of hals de lymfeklieren opzwellen. Bij granulomen in de ogen ontstaan oogproblemen.

Een ACE-bepaling alleen is voor het stellen van de diagnose sarcoϊdose niet genoeg. Vaak zal de dokter naast bijvoorbeeld een longfunctieonderzoek ook eventueel een lysozymtest aanvragen of een 'soluble-interleukine 2 receptor-test' (s-IL2-receptor).

De ACE-waarde wordt gebruikt om het effect van de therapie te kunnen meten of om het opvlammen van de ziekte op te merken.

Wat betekent de uitslag?

Bij gezonde mensen is de hoeveelheid ACE in het bloed ongeveer 12-86 U/l. Bij circa 15 % van de sarcoϊdose patiënten is de ACE-waarde niet verhoogd. Normale waarden worden ook gezien bij longtuberculose en longfibrose, ziekten waarvan de symptomen lijken op die van sarcoϊdose.

Verhoogd

Verhoogde waarden komen van nature voor bij jonge mensen (jonger dan 20 jaar). Op oudere leeftijd daalt de concentratie ACE naar een stabiel laag niveau. Een verhoogde ACE-waarde kan voorkomen bij sarcoïdose (maar niet altijd) en ook bijvoorbeeld in geval van een verhoogde schildklierwerking, (hyperthyreoϊdie), suikerziekte (Diabetes Mellitus), roken en alcoholisme.

Verlaagd

Een verlaagde ACE-waarde komt voor bij een slechte schildklierfunctie, bij aanwezigheid van longtumoren en na het toedienen van ACE-remmers (middel tegen hoge bloeddruk).

Nog vragen?

De informatie over deze test komt van deskundigen uit het ziekenhuislaboratorium. Daar worden dagelijks vele honderden testen uitgevoerd. Laboratoriumspecialisten zorgen er voor dat dit op een veilige en juiste manier gebeurt. Zij adviseren de dokter bij afwijkende uitslagen en ingewikkelde problemen.

Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog een vraag? Stel deze aan een klinisch chemicus.

© 2018 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde, laatst bijgewerkt 17-10-2010

Terug Terug naar het overzicht