Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
Find NVKC on YouTubeFind NVKC on FacebookFind NVKC on Twitter

Zoek een test

Eiwit in urine

Terug Terug naar het overzicht

Ook wel bekend als:
eiwit in 24-uursurine test
Officiële naam:
eiwit in urine
Verwante testen:
albumine, microalbumine, urineanalyse

In vogelvlucht

Waarom deze test?

Als onderdeel van een algemeen lichamelijk onderzoek of om het functioneren van de nieren te onderzoeken en nierschade vast te stellen. De test wordt ook gebruikt om tijdens zwangerschap vast te stellen of er sprake is van pre-eclampsie (zwangerschapsvergiftiging).

Welk materiaal?

Urine

Monster

Wat wordt getest?

De eiwit in urinetest meet de hoeveelheid eiwit die door de nieren wordt afgegeven aan de urine. Er bestaat een aantal verschillende manieren om eiwit in de urine te meten. De nieren zorgen ervoor dat het bloed wordt gefilterd en de afvalstoffen via de urine worden afgevoerd. Nuttige stoffen, zoals eiwitten, blijven achter in het bloed. Als de nieren beschadigd zijn of door een andere oorzaak niet goed werken, komen de eiwitten in de urine terecht. Met een teststrip wordt op basis van kleurverandering vastgesteld of de urine eiwitten bevat. Bij een positieve uitslag wordt in een vervolgonderzoek bepaald hoeveel eiwit en welke eiwitten aanwezig zijn.

Hoe wordt het materiaal verkregen?

24 uurs urine:

Gedurende 24 uur moet de urine worden verzameld in een speciale kunststof fles. Meestal begint het verzamelen 's ochtends nadat er voor het eerst geplast is, daarna wordt 24 uur lang alle urine die geproduceerd wordt, verzameld tot aan het tijdstip waarop de vorige dag het verzamelen is begonnen. In dit geval is het belangrijk om zo goed mogelijk alle urine te verzamelen in de periode van 24 uur.

Ochtendurine:

Een beetje plas wordt opgevangen in een schoon potje. Dat kan het beste meteen na het opstaan. Ochtendurine is namelijk sterk geconcentreerd zodat afwijkingen daarin gemakkelijker kunnen worden opgespoord. Wel eerst wassen, zodat er geen bacteriën of huidcellen in terecht komen. Het beste monster wordt verkregen door eerst een beetje uit te plassen in de wc en daarna wat op te vangen in het potje. De rest kan gewoon weer in de wc. Als ook andere testen (bijv. sediment in urine) in urine zijn aangevraagd dan moet het potje binnen twee uur naar het laboratorium worden gebracht. Anders in de koelkast bewaren. Hierbij is de hoeveelheid verzamelde urine van weinig belang.

De test

Wanneer wordt deze test gedaan?

De dokter vraag een eiwit in urinetest aan om het functioneren van de nieren te onderzoeken of om nierschade vast te stellen. De test maakt vaak deel uit van een algemeen lichamelijk onderzoek. De dokter vraagt soms specifiek de albuminetest in urine aan om beginnende nierschade vast te kunnen stellen. Albumine is namelijk één van de kleinere eiwitten die als eerste wordt doorgelaten. Bij grotere schade aan de nieren komen ook de grotere eiwitten, de globulines, in de urine terecht.

Eiwitverlies in de urine treedt vaak op bij chronische ziektes zoals suikerziekte (diabetes) en hoge bloeddruk (hypertensie). Bij deze ziektebeelden geldt: hoe meer eiwit in de urine, hoe groter de nierschade. Bij beginnende nierschade, merkt de patiënt vaak nog niets. Als de nierschade en dus de hoeveelheid eiwit in de urine toeneemt, kan de patiënt last krijgen van bijbehorende klachten zoals oedeem (meestal in de vorm van opgezwollen enkels), kortademigheid, misselijkheid en vermoeidheid.

Wat betekent de uitslag?

In principe hoort er maar heel weinig eiwit in de urine voor te komen n.l. minder dan 150 mg/dag. In sommige gevallen, zoals na zware (sportieve) inspanning, infectie of medicijngebruik kan er tijdelijk sprake zijn van eiwit in de urine.

Als eenmaal eiwit in de urine is aangetoond, zal de test meestal worden herhaald. Indien er sprake is van veel eiwitverlies of als bij herhaling eiwit in de urine wordt aangetoond, is er bijna altijd sprake van nierschade waardoor de nieren niet goed kunnen functioneren. Eiwit in urine kan o.a. een gevolg zijn van de volgende ziektes:

  • Amyloïdosis (ophoping van eiwitten in nieren, lever en milt)
  • Blaaskanker
  • Geneesmiddelen met als mogelijke bijwerking nierschade
  • Glomerulonefritis (nierfilterontsteking)
  • Hartfalen
  • Hoge bloeddruk
  • Multiple myeloma (ziekte van Kahler)
  • Nierinfectie
  • Suikerziekte (diabetes mellitus)
  • Urineweginfectie
  • Vergiftiging door zware metalen

Boven de 150 mg/24 uur wordt nader onderzoek gedaan naar de oorzaak.

Nog vragen?

De informatie over deze test komt van deskundigen uit het ziekenhuislaboratorium. Daar worden dagelijks vele honderden testen uitgevoerd. Laboratoriumspecialisten zorgen er voor dat dit op een veilige en juiste manier gebeurt. Zij adviseren de dokter bij afwijkende uitslagen en ingewikkelde problemen.

Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog een vraag? Stel deze aan een klinisch chemicus.

© 2018 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde, laatst bijgewerkt 17-10-2010

Terug Terug naar het overzicht