Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
Find NVKC on YouTubeFind NVKC on FacebookFind NVKC on Twitter

Zoek een test

Apo A

Terug Terug naar het overzicht

Ook wel bekend als:
apolipoproteïne A1, APO A1
Officiële naam:
apolipoproteïne A1
Verwante testen:
HDL, LDL, lipidenprofiel, cholesterol, Apo B

In vogelvlucht

Waarom deze test?

Om het risico op de ontwikkeling van hart- en vaatziekten te schatten of om het effect van een cholesterolverlagende behandeling of leefwijze te volgen.

Welk materiaal?

Bloed

Monster

Wat wordt getest?

Met deze test wordt de hoeveelheid Apo A in het bloed gemeten. Apo A is een apolipoproteïne. Dit eiwit is een onderdeel van de vettransportdeeltjes (lipoproteïnes) die bloedvetten zoals cholesterol en triglyceriden via het bloed door het lichaam vervoeren.

De meeste vet transportdeeltjes bevatten veel cholesterol en triglyceriden. Het transportdeeltje dat zorgt voor het vervoer van het ‘goede' cholesterol heet HDL (high-density lipoprotein). Het neemt het teveel aan cholesterol op en vervoert het naar de lever. In de lever kan het cholesterol vervolgens worden hergebruikt of via de gal uit het lichaam verwijderd worden.

De hoeveelheid Apo A1 neemt toe als de hoeveelheid HDL in het bloed stijgt en neemt af als de hoeveelheid HDL in het bloed daalt.

Hoe wordt het materiaal verkregen?

Een buisje bloed wordt afgenomen uit een ader aan de binnenkant van de arm, meestal in de plooi van de elleboog. Om deze ader goed te kunnen zien en voelen wordt een stuwbandje strak om de bovenarm getrokken. In de ader wordt geprikt met een holle naald waardoor het bloed in het buisje wordt gezogen. De naald wordt maar één keer gebruikt en daarna vernietigd.

De test

Wanneer wordt deze test gedaan?

De dokter vraagt deze test aan als de patiënt zelf of iemand in zijn familie last heeft van hart- en vaatziekten op jonge leeftijd of grote hoeveelheden vet in het bloed heeft (hyperlipidemie). Met deze test kan de dokter onderzoeken hoe groot de kans is op de ontwikkeling van een hart- en vaatziekte op latere leeftijd. De test wordt vaak aangevraagd in combinatie met andere testen op bloedvet (lipiden fracties).

De test wordt ook gebruikt om te onderzoeken hoe de patiënt aan de grote hoeveelheden vet in bloed komt. Soms heeft de patiënt namelijk een ziekte die er voor zorgt dat er te weinig Apo A1 in het bloed aanwezig is (Apo A1 deficiëntie).

De test wordt ook aangevraagd als de dokter de ‘Apo A/Apo B ratio' wil controleren. Dit is een getal dat wordt gebruikt om de kans op hart- en vaatziekten te berekenen. Het getal laat zien hoeveel ‘goed' cholesterol ten opzichte van ‘slecht' cholesterol aanwezig is. Hoe hoger het getal, hoe beter.

Verder wordt de test gebruikt om te controleren of de cholesterol verlagende geneesmiddelen werken of om te controleren of verandering van leefwijze (minder vet eten en meer bewegen) leidt tot daling van het cholesterol.

Wat betekent de uitslag?

Verhoogd

  • Gebruik van geneesmiddelen, zoals sommige middelen tegen epilepsie (carbamazepine, fenobarbital), hormonen (oestrogenen, anticonceptiepil) en cholesterolverlagers
  • Een zeldzame erfelijke ziekte (familiaire hyperalfalipoproteinemie)
  • Regelmatig sporten en flinke inspanning
  • Zwangerschap
  • Lijnen (gewichtsverlies)
Verlaagd

  • Langdurige nierziekte ("chronisch nierfalen")
  • Hartziekte
  • Gebruik van geneesmiddelen, zoals: hormonen (progestagenen en androgenen), sommige bloeddrukverlagers (bètablokkers) en plaspillen
  • Een zeldzame erfelijke ziekte (familiaire hypoalfalipoproteïnemie)
  • Roken
  • Suikerziekte die niet behandeld wordt

Een verhoogde Apo A1 is meestal geen probleem.

Bij een verlaagd Apo A1 is er vaak ook een verlaagde HDL (‘goed' cholesterol). Dat betekent dat de afvoer van cholesterol uit het lichaam minder goed verloopt.

Er zijn een paar zeldzame erfelijke ziekten die een laag Apo A1 geven waardoor deze patiënten weinig HDL (‘goed' cholesterol) in het bloed hebben en vaak grote hoeveelheden vet (hyperlipidemie) en LDL (‘slecht' cholesterol). Het gevolg is dat de patiënt sneller aderverkalking kan krijgen en daardoor een verhoogde kans op een hartaanval, hartziekte of herseninfarct.

Nog vragen?

De informatie over deze test komt van deskundigen uit het ziekenhuislaboratorium. Daar worden dagelijks vele honderden testen uitgevoerd. Laboratoriumspecialisten zorgen er voor dat dit op een veilige en juiste manier gebeurt. Zij adviseren de dokter bij afwijkende uitslagen en ingewikkelde problemen.

Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog een vraag? Stel deze aan een klinisch chemicus.

© 2017 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde, laatst bijgewerkt 17-10-2010

Terug Terug naar het overzicht