Wat is klinische chemie?
Klinische Chemie is het vakgebied dat zich bezighoudt met medisch
laboratoriumonderzoek van bloed en andere lichaamsvochten. Het vak
kent zijn oorsprong in de biochemie: door het aantonen van stoffen als
zouten, eiwitten en stofwisselingsproducten in lichaamsvochten kunnen
ziekten worden aangetoond of uitgesloten. Door verdergaande ontwikkelingen
in de klinische chemie is het nu mogelijk om bepaalde ziektebeelden al
in een vroegtijdig stadium op te sporen en een ingezette behandeling nauwkeurig
te volgen. Ook kunnen analyses worden verricht ter preventie van ziekte
of om een prognose te kunnen geven. Recent onderzoek toont aan dat zelfs
van te voren de werking van medicijnen kan worden voorspeld.
Onderzoek gebeurt op aanvraag van de huisarts of de medisch specialist.
Vanaf het moment dat bloed of ander lichaamsvocht wordt afgenomen tot
dat de uitslag van het onderzoek bij de arts arriveert, valt dit materiaal
onder de verantwoordelijkheid van de klinisch chemicus of arts klinische
chemie. Onder zijn of haar auspicien wordt het juiste materiaal op de
juiste wijze afgenomen, vervoerd en geanalyseerd en vindt rapportage plaats.
Hij of zij geeft leiding aan de laboratoriumorganisatie, is verantwoordelijk
voor de kwaliteitsbewaking, verricht wetenschappelijk
onderzoek en adviseert in speciale gevallen ook de aanvragend arts
bij de behandeling.
Veel routinematig
laboratoriumonderzoek gebeurt tegenwoordig geheel geautomatiseerd, maar
er zijn ook onderzoeken waar zeer specialistische kennis voor vereist
is, bijvoorbeeld als het gaat om DNA en transplantatie. Daarom werken
er in de grotere laboratoria vaak meerdere klinisch chemici die zich in
een bepaald vakgebied hebben gespecialiseerd.
Lees over actuele ontwikkelingen binnen het vakgebied de oratie van prof. dr. J. Lindemans "Van labstraat naar zorgpad" dd. 11 september 2005 (pdf, 1 Mb)
Meer oraties
Meer over Laboratoriumgeneeskunde.












